vakantie informatie

Wonderlijk Birma

Het is 29 oktober 19.15 uur als we het luchtruim kiezen voor ons volgende avontuur: Myanmar, of zoals het vroeger heette; Birma. Veel over gelezen en gehoord en dus maar een gedachte: hoe zou het in het echt zijn? Zonder al teveel rompslomp komen we aan bij ons guesthouse. We krijgen een basic kamer met fan voor 9 dollar. De volgende dag gaan we maar meteen een treinkaartje regelen voor de trein naar Thazi, de plaats om door te reizen naar Kalaw. Hier gaan we een korte trekking doen van drie dagen om het leven op het platteland van dichtbij mee te maken.

Via via en met een hoop bureaucratie hebben we uiteindelijk een treinkaartje weten te bemachtigen. Daarna door naar de Schwedagon, het tempelcomplex dat elke Birmees een maal in zijn leven gezien wil hebben. Het is werkelijk alles goud wat er blinkt en we zijn diep onder de indruk. We gaan ‘s avonds nog een keer terug om het met kunstverlichting te aanschouwen. Het is zo mogelijk nog mooier. De volgende dag hebben we alle tijd, want de trein vertrekt om vijf uur in de namiddag en dus kunnen we uitslapen, wat inkopen doen en lekker op een terrasje zitten. Als we uiteindelijk op het station zijn worden we door drie employees naar onze zitplaatsen in de trein geholpen. De komende dertien uur moeten we doorbrengen op houten banken. De trein vertrekt precies op tijd en we maken ons op voor een zware nacht. En zwaar was het! Na dertien uur hebben we geen achterwerk meer over, maar het fijnste moet nog komen. We stappen met 33 man in een Toyota pick-up truck voor een rit van vier uur over een verrotte asfaltweg naar Kalaw.

Ot en Sien
Gebroken komen we aan in Kalaw. We boeken meteen de trekking. De volgende morgen gaan we al met een gids en een kok op pad. Het wordt een tocht om nooit meer te vergeten. Slapen in hutjes van bamboe en bij het dorpshoofd in huis en vooral veel wetenswaardigheden uitwisselen met de lokale bevolking. Echt prachtig, zowel voor ons als voor hen. We hadden foto’s van thuis meegenomen en die gaven veel stof tot vragen: Zink je niet als je op dat ijs staat ? (schaatsfoto), Hahahahahaha….dat kan dus gewoon niet (bij een foto van een vrouwelijk familielid in een korte broek) en meer van dit soort grappen. Onderweg was het een groot ‘Ot en Sien’ festival. De rijst werd met de hand geoogst, op ossenkarren geladen en daarna met de hand door de mannen weer op rotsen geslagen om de korrels rijst uit de halm te krijgen. Onwijs om Birma, beenroeiersdit allemaal te zien. Het echte plattelandsleven van vroeger zullen we maar zeggen. Na de drie dagen trekking zijn we naar het Inle meer gereden waar we een vaartocht hebben gemaakt over het Inle meer. Wederom weer veel gezien. Van de beroemde een-been-roeier tot en met drijvende tuinen, floating market en veel nijverheid (zijde-weven, sigaren rollen, zilversmid en meer van dat soort zaken). Werkelijk een prachtige dag die afgesloten werd met een heteluchtballonfestival in een plaatsje even verder dan het meer. Na het Inle meer gaan we per taxi naar Kalaw om diezelfde avond nog door te reizen naar Mandalay. Die stad valt erg tegen. Het enige dat wel aardig is, is het fietsen door de stad en het eten in het Europese restaurant. Mandalay Hill is aardig maar ook niet meer dan dat. Na twee dagen nemen we de trein naar Bagan waar we een soort achtste wereldwonder zien. Op een gigantische oppervlakte staan duizenden tempels.

Zoektocht naar kaartjes

Aangezien we op het verkeerde tijdstip in Mandalay zijn (er gaat geen boot op maandag en dus zouden we vier dagen in Mandalay moeten blijven wat geen zin heeft omdat er bijna niets te doen is) besluiten we om met de trein naar Bagan te rijden en van daaruit met de boot naar Pyay (spreek uit Pi-ee) te gaan varen. Vanaf Pyay kunnen we dan in zeven uur met de bus terug naar Yangoon. De treinreis is er eentje van ‘upper class’ want we zijn wel even klaar met de houten banken. Het is maar een ritje van zeven uur….vertrek om tien uur ‘s avonds en dus aankomst rond de klok van vijf in de morgen. De afstand Mandalay-Bagan is ook zeker zo’n 150 kilometer!! We sparen weer een overnachting uit en oh oh wat slapen ze lekker die ‘upper-class’ banken. Jammer dat de schuimvulling van de banken al tot twee millimeter is gereduceerd vanwege de hoog bejaarde leeftijd van dit treinstel. Het voelde aan als houten banken. In Bagan worden we opgewacht door de diverse taxi’s. Uiteraard probeert men ons te tillen, maar deze keer is er eentje die meteen eieren voor zijn geld kiest en akkoord gaat met ons voorstel. We laten de andere schurk voor wat hij is en stappen in. Om het gebied van Bagan in te mogen moet je toegang betalen, je paspoort laten zien en meer van die ongein. Eenmaal in Bagan worden we wederom zeer vriendelijk ontvangen. De volgende dag hebben we fietsen gehuurd want dat is stukken goedkoper dan elke keer een fietstaxi huren. Bij een kantoortje van de overheid moeten we informatie kunnen krijgen. Gesloten! Shit, wat nu. Morgen is er waarschijnlijk wel iemand wordt ons door de locals verteld. Maar hoe laat gaat de boot? Grote vragende ogen en ‘yes’ en ‘no’ worden willekeurig door elkaar als antwoord gebruikt. Die dag gaan we de tempels van Bagan bekijken en ‘s avonds zien we wel weer verder wat betreft de boottocht. Ook in ons guesthouse kan niemand ons verder helpen ondanks dat de Lonely Planet vermeldt dat je guesthouse je altijd wel verder kan helpen met kaartjes voor de boot. Nou, voorlopig weet geen enkele inwoner van Bagan of er uberhaupt een boot gaat, laat staan dat er iemand weet waar je de tickets kunt kopen!

Birma, bootjes Boot
De volgende morgen om 7.00 uur opstaan, want we weten niet hoe laat de boot gaat, maar dat de boot vroeg gaat is wel zeker. Eerst maar naar het haventje om te zien of er wel een boot ligt. Ja hoor, een prachtige boot, maar die gaat niet naar Pyay. Uiteindelijk vind ik een meisje in een restaurantje dat redelijk Engels spreekt. Waar gaat die boot heen? vraag ik vriendelijk (want je moet altijd blijven lachen in Azië). Naar Mandalay, is het nog vriendelijkere antwoord. Hmm, daar kom ik niet veel verder mee. Ik vraag nog eens waar we dan kaartjes kunnen krijgen voor de boot naar Pyay. Nou, misschien is er geen boot naar Pyay, maar misschien morgen. Grrrr, daar hebben we geen tijd voor want de terugvlucht staat al vast. Ik besluit weer terug te gaan naar het kantoortje van de overheid want dat moest vandaag wel open zijn. Inderdaad, zowel het hek als de deur van het kantoor staan open. Ik zet mijn fiets binnen en loop het ‘kantoor’ binnen. Ik zie een houten tafel, een houten stoel en verder helemaal niets. Geweldig, wat een kantoor. Buiten staat er iemand bij mijn fiets. Ik vraag de beste man of hij een beetje Engels spreekt en ik krijg een antwoord dat ik mijn hele leven niet meer zal vergeten, zijnde: noos (of nose op zijn Engels). Ik kijk hem aan en vraag het nog maar een keer. Wederom, noos. Ik bedank de man vriendelijk en kijk of er een ander slachtoffer is te vinden. Ja hoor, en hij spreekt nog Engels ook. Tenminste, ik vraag hem of er een boot naar Pyay gaat. Yes, is het antwoord. En waar koop ik kaartjes? No is het antwoord deze keer. Huh? Hoef ik geen kaartje te kopen? Yes. Koop ik een kaartje op de boot? Yes. Hij spreekt dus geen Engels. Ik maak een geintje met hem dat de boot natuurlijk niet gratis kan zijn. No, no, is nu het antwoord. Maar ik hoef geen kaartje te kopen? Yes. Ik bedank hem vriendelijk en ga compleet gefrustreerd terug naar ons guesthouse. Er wordt niet gevaren in Birma. In ieder geval niet door ons!

Datum artikel: 8-05-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Wonderlijk Birma

ATP vakanties