vakantie informatie

Vriendelijk Gambia

We landen keurig op de enige landingsbaan van Yundum waar we enige tijd op de bagage moeten wachten. In de tussentijd kunnen we mooi even geld wisselen tegen een redelijke koers (36,25 Dalasi voor 1 euro). We krijgen een dik pak viezige biljetten, maar zolang het overal geaccepteerd wordt hebben wij er geen moeite mee. De lucht is grijs wanneer we door het redelijk kale landschap naar het hotel rijden. Anouk, de reisleidster, verontschuldigt zich hier voor en legt uit dat het voornamelijk Saharazand is. Mmm, hopelijk waait het over want we willen deze vakantie vooral gebruiken om wat uit te rusten en om van het mooie weer te genieten.

Aangekomen op onze bestemming gaan we eerst maar eens op het terras van het hotel zitten voor een hapje en een drankje. Onderweg hebben we al ongeveer honderd vrienden gemaakt, vele handen geschud, zijn we welkom geheten en hebben we al heel wat aanbiedingen voor tripjes in de omgeving gehad. De volgende ochtend gaan we naar de informatiebijeenkomst over Gambia. We krijgen veel over het land te horen en vooral ook over de mooie excursies die mogelijk zijn. Daarnaast komt natuurlijk het thema aan bod waar iedereen mee te maken krijgt: hoe gaan de mensen met toeristen om en hoe ga jij als toerist met de bewoners om. Mensen hier zijn vriendelijk, zoals in de meeste landen, maar wanneer je arm bent en je ziet die rijke lui hun geld uitgeven, dan wil je daar graag een graantje van meepikken. En dat merken we als we het hotelterrein afgaan. We worden aan alle kanten omringd door mensen die ons iets te bieden hebben. Iedereen wil je een hand geven, geeft z’n eigen naam en wil die van jou weten.

Banjul
Eigenlijk wilden we vandaag aan het strand gaan liggen om bij te komen van de drukke afgelopen weken, maar de zandstormen razen zeker nog steeds boven de Sahara want de zon is niet te zien. We willen naar Banjul en spreken de eerste taxichauffeur aan die we zien. ‘Hoeveel naar Banjul?’ vragen we aan een jochie die zijn rijbewijs eigenlijk nog nauwelijks kan hebben. We komen een prijs overeen die waarschijnlijk nog veel te hoog is en rijden dan in de aftandse wagen in een slakkengang naar de hoofdstad. De chauffeur drukt me een losse kruk in hand zodat ik eventueel het raampje omhoog kan draaien. In Banjul weet hij niet waar de Albert Market, de drukke markt van Banjul, is, dus we stappen zomaar ergens uit en we lopen op goed geluk wat rond. Dat we in de wijk Half Die zijn zien we al snel aan de open riolen en armoedige leefomstandigheden. Uiteindelijk vinden we de markt. Foto’s maken durven en willen we eigenlijk niet, daarvoor is het te armoedig. Ook speelt een beetje schuldgevoel mee, om als rijke toeristen de kleurrijke armoede van de bewoners vast te leggen. Een taxi terug is zo gevonden en zelfs de vraagprijs is al lager dan wat we op de heenweg hebben betaald. Zo leren we de prijzen een beetje kennen.

Makasuta
De volgende ochtend zijn we om half zeven alweer uit de veren. We hebben nog ruim een uur voordat we met een minibusje worden opgehaald om naar Makasuta te gaan. Makasutu is een nationaal park waar ook dieren uit het wild worden opgevangen en verzorgd. Wanneer we aankomen in Makasutu krijgen we eerst koffie en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het park. Uiteraard is er een Baobab of apenbroodboom op het centrale terrein aanwezig, een van de meest karakteristieke bomen van West-Afrika. De boom speelt een rol in talloze Afrikaanse mythen en legenden. Bijna alles van deze boom wordt door de bevolking gebruikt als geneesmiddel of voor rituelen. Wanneer we over het terrein gaan wandelen valt ons echter op dat de jungle hier wel erg gecultiveerd is en niet zo wild als we hadden verwacht. De paden zijn ruim aangelegd, alsof je in een Nederlands bos loopt. Eerst gaan we een boottocht maken in een kano, een uitgeholde boomstam, door de bolong (een kreek) tussen de mangrovebossen door. De vogels die hier leven laten zich niet zien. Een klein beetje teleurgesteld komen we weer terug bij het centrale plein waar we lunchen. Na de lunch gaan we wandelen. Nu zien we ook ons eerste ‘wild’: een kameleon. We speculeren al dat die er opzettelijk door iemand is neergezet om ons een plezier te doen. We maken veel stops en worden uitgebreid onderhouden over de ‘very important trees’. Het is wel grondig, maar gaat de meesten van ons toch vervelen na een tijdje, zeker wanneer je bij de tiende boom alweer tien minuten stopt. We zijn blij als we weer terug zijn bij de verzamelplek voor wat drinken en rust voor onze voeten. Iedereen is blij wanneer we Makasutu verlaten. We hebben wel veel informatie gekregen, maar geen wild gezien, zelfs vrijwel geen vogels. De zogenaamde ‘jungle’ stelde niet zoveel voor en alles was gewoon te langdradig. Aan het einde van de middag zijn we weer terug bij het hotel. De excursie was de 37 euro per persoon zeker niet waard! Een bezoek is prima zelf te regelen, waarschijnlijk voor minder dan 10 euro per persoon.

Serrekunda
Samen met een ander Nederlands stel gaan we later die week op weg naar een slangenboerderij die in de buurt moet zijn. Wanneer we echter met de taxichauffeurs gaan onderhandelen blijkt al snel dat het minstens een uur rijden is, misschien nog wel langer. Voor 550 Dalasi (15 euro) staat uiteindelijk gedurende zes uur een chauffeur tot onze beschikking. We gaan naar de markt van Serrekunda en het Abuka nationale park. Serrekunda is de grootste stad van Gambia en er zijn diverse markten die allemaal vlak bij elkaar liggen. Het is een kleurige bedoening en al snel worden we begeleid door twee jochies die zich ongevraagd als gids opwerpen wanneer we de smalle steegjes induiken. Naast groente en fruit is er vooral heel veel vis te koop. De geuren en kleuren zijn overweldigend, evenals de drukte in de smalle straatjes. Na een dik uur lopen komen we op een iets rustiger pleintje waar een moskee staat. Hier houden we even pauze om bij te komen. Op de markt is van alles te koop, maar we vragen ons af hoeveel er werkelijk verkocht wordt. We zien zoveel viskraampjes, maar niemand die een vis koopt. Wat zou er aan het einde van de dag met alle verse waren gebeuren? Na anderhalf uur houden we het voor gezien, maar een belevenis is het zeker om hier rond te wandelen. En absoluut goed zelf te doen, anders dan wat sommige reisorganisaties zeggen. Hierna brengt de chauffeur ons verder naar het Abuko Nature Reserve, ten zuiden van Serrekunda. Abuko herbergt een stukje jungle dat er heel wat wilder en ‘echter’ uitziet dan Makasutu! Er loopt een pad door het gebied. Onze gids stopt al bij de eerste boom voor een verhaal en even denken we: nee he, niet weer! Maar hij is heel wat beknopter dan de gids in Makasutu en al snel zien we nu ook ons eerste wild: antilopen. En ook krokodillen die zich verstoppen in het hoge gras en een diep poel. Er schijnen zo’n driehonderd vogelsoorten in dit stukje ongerepte oerwoud te zitten en we horen er wel veel, maar krijgen ze lang niet altijd te zien. We lopen een holle boomstam voorbij, op nog geen dertig centimeter en gids Berend zegt ineens: ‘He, een slang!’. We draaien ons om en zien ineens een cobra zich verheffen en dreigend naar ons kijken. De gids roept: ‘A spitting cobra’, en springt meters achteruit. Het blijkt een zwarte cobra, maar die zijn ook giftig genoeg. Het schijnt een zeldzaamheid te zijn dat we er een te zien krijgen. We vervolgen de mooie wandeling, maar nu wel iets meer op onze hoede. Uiteindelijk komen we aan het eindpunt. De taxi staat al op ons te wachten en we zijn erg tevreden met dit uitstapje. We hebben heel wat meer gezien dan in Makasutu. En de ontmoeting met de zwarte cobra is toch wel een hoogtepunt. We stappen de taxi uit bij Elton, het benzinestation op de hoek van de weg waar het hotel staat en nemen een drankje. Ook rekenen we eens uit wat we kwijt zijn. Nog geen 1200 Dalasi (33 euro) voor de taxi, alle fooien, de drankjes en de entree voor Abuko. Zo’n 8 euro per persoon dus. Een koopje vergeleken met de excursie naar Makasutu.

Ondertussen is er alweer een einde gekomen aan onze reis. Reizen is een avontuur, je moet geen verwachtingen hebben, want altijd gebeurt er wel weer wat onverwachts, reizen is soms afzien. We gingen moe heen, hoopten wat uit te rusten en dat hebben we gedaan en toch zijn we alweer heel moe wanneer we ons huis binnenstappen. Gambia is mooi en we zijn blij er geweest te zijn. Niet zo mooi dat we er de eerste tijd weer heen willen, maar wel weer een hele belevenis en daar gaat reizen toch ook om!?

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Vriendelijk Gambia

ATP vakanties