vakantie informatie

Twee gringo’s in Bolivia

In Bolivia vliegen de bergmeren ons om de oren. We stijgen langzaam van 2000 naar 4500 meter en zien beesten die je hier niet verwacht. Op de bevroren bergmeren barst het van de flamingo’s en op de kant rennen lama’s. En wij maar denken dat flamingo’s alleen in warme gebieden loslopen. De eerste nacht slapen we in een dorp van nog geen twintig huizen. Binnen een minuut staan alle buurtkinderen rondom de auto’s. En wat verbindt alle landen met elkaar? Voetbal natuurlijk. Dus dat wordt snel een potje dikke grote toeristen tegen kleine plaatselijke smeerpoetsjes.
We houden het nog geen vijf minuten vol, want de grote hoogte vergt nu echt zijn tol. Gedurende de dag hebben verschillenden al hoofdpijn en ook ons hoofd voelt wat zwaar aan. Blijkbaar verbaast het de jochies niet dat het potje al zo snel afgelopen is, en al snel gaan ze over op het bedelen van snoep. Als we rondje door het dorp maken, klinkt uit bijna elk huis: gringo’s, gringo’s, de naam voor blanken. Direct steken er allemaal kleine koppies met zwart haar uit het raam, natuurlijk weer vragend om snoepjes.

Cartooncactussen
We rijden in totaal acht uur tot de volgende slaapplaats. Onderweg is er weer veel te zien. Van bevroren meren tot grote droge vlaktes, waarin uit het niets de meest vreemde rotsen opduiken. De lama’s vinden we erg lachwekkend. Ze lopen los, maar horen wel bij bewoners in dit gebied. Om ze te herkenen hebben ze allemaal gekleurde strikjes in hun oren. Vanuit het niets rijden we opeens op een zoutvlakte van 12000 vierkante kilometer. Het is hier wit, wit en nog eens wit. Het ziet eruit als sneeuw, het kraakt zoals sneeuw, maar het smaakt natuurlijk een tikkeltje anders. Het toppunt van dit alles is een rotseiland midden op deze vlakte. Dit is een van de mooiste dingen die wij tijdens onze reizen gezien hebben. Uit het niets staat daar een rots, vol met duizenden cactussen, van die typische cartooncactussen. Tegen de middag bereiken we Uyuni. Ondanks de verhalen dat Uyuni niets meer is dan een aankomst- en vertrekplaats, vinden wij het nog best te pruimen. Er zijn leuke restaurantjes en winkeltjes. Voor het eerst merken we echt dat we in Bolivia zijn. Veel vrouwen lopen in gekleurde omslagdoeken en hebben bolhoedjes op. In de winkeltjes kun je dit allemaal gewoon kopen. We vermaken ons dus wel in deze plaats.

Dynamiet
We horen iedereen over Potosi en worden zo nieuwsgierig dat ook wij hier een tussenstop maken. Potosi is bekend om zijn zilvermijnen. Door deze mijnen was de stad vroeger erg rijk en dat is terug te zien aan de mooie koloniale gebouwen en de vele kerken. De mijnen zijn nog steeds open en staan bekend als indrukwekkend vanwege de slechte arbeidsomstandigheden. Niet zo gek als je weet dat hier de afgelopen eeuwen meer dan acht miljoen mensen zijn omgekomen. Voor we de mijnen ingaan is het de bedoeling dat we cocabladeren, sigaretten en dynamiet kopen voor de mijnwerkers. Ja, jullie lezen het goed….dynamiet. Overal ter wereld jagen we op terroristen en wapenopslagplaatsen en hier kun je in de plaatselijke Coca Colatent dynamiet kopen. De trip door de mijnen is inderdaad boeiend. We klimmen en kruipen terwijl we in de verte de explosies horen. Alle gangen lijken op elkaar en we komen zelfs een verdwaalde mijnwerker tegen! De gids lijkt niet echt onder de indruk. Naastenliefde staat hier dus ook hoog in het vaandel. Vroeger ging het meeste zilver uit de mijnen naar de plaatselijke fabriek om er munten van te maken. Wij volgen dezelfde route en bezoeken dus de oude muntenfabriek. De fabriek is bijna geheel bewaard gebleven. Het is een schitterend gebouw. Na een paar dagen gaan we alsnog verder met de bus naar Sucre.

Fanfares
Sucre is een mooie stad met veel koloniale gebouwen, een enorme kathedraal, musea en een gezellig plein, waar elke dag veel te beleven is. De Bolivianen zijn nogal gek op fanfares want die lopen af en aan. In het begin hollen we er nog enthousiast op af, maar na zes keer geloven we het wel. Op 25 mei is het hier groot feest, dan vieren ze in Bolivia de onafhankelijkheidsstrijd. Wat een mazzel dat wij er juist dan zijn. ‘s Morgens duiken we gelijk het feestgedruis in. De straten zijn overvol en een lange sliert van minstens twintig verschillende fanfares, inclusief dansmariekes, komt voorbij. Helaas trekt dit soort feestjes ook fout publiek. Op een gegeven moment spuugt er iemand op Loes haar arm. Terwijl ze dit afveegt, snijdt een ander haar broek open. Gealarmeerd door het duwen, weet zij haar portemonnee nog net op tijd te redden. Vlak voor ons vertrek uit Sucre ontdekken we een Hollands tentje. En dat betekent kroketten op het menu. Ze smaken niet echt als de Van Dobbe kroketten, maar we genieten er wel van. En nu…met de nachtbus op naar La Paz..

Reismythes
De eerste indruk die we van La Paz krijgen is sjofel, rommelig en erg druk. De meeste hotels lijken verdacht veel op hoerenkasten. Armoedig, overal verdachte vlekken en rode glimmende spreien. Uiteindelijk vinden we een bedompt hok, maar we zijn toch niet van plan hier lang te blijven. Dus snel de stad in. We hebben al veel gehoord en gelezen over ‘de heksenmarkt’. We zitten er vlakbij, dus niets kan ons weerhouden. Wat een giller, dit is echt een van die reismythes die in stand wordt gehouden. Het is een piepklein straatje met wat kraampjes. Er liggen wat uitgedroogde foetussen van lama’s en vogels en nog wat poeders en pillen. Als je de verkeerde kant op kijkt, ben je er al voorbij gelopen. Niet dat je dan wat gemist hebt, alleen blijf je je dan afvragen of het wat was. Vlakbij La Paz, 75 kilometer verderop, (je gaat je grenzen verleggen tijdens het reizen) ligt ons volgende wereldwonder: Tiwanaku. Optimistisch stappen we in de lokale minibus. En dat is weer een ervaring op zich. Ongelooflijk hoeveel mensen ze in het busje weten te proppen! Na ruim twee uur stappen we gekreukt uit. We twijfelen wel even of we op de goede plek zijn, want er is niets te zien. Maar na een korte wandeling zien we twee gebouwtjes en dat zijn de musea. We verwachten er helemaal niets van en misschien zijn we daardoor wel blij verrast. Heel stijlvol zijn de beelden en andere overblijfselen die tentoongesteld staan in mooie ruimtes. Buiten ligt de ruine en staan enkele beelden.

Copacabana
Na twee dagen verruilen we La Paz voor Copacabana. Copacabana ligt aan het Titikakameer. Vooraf denken we hier zo’n kleine zes dagen door te kunnen brengen. Dat valt al snel wat tegen. Copacabana is leuk, maar klein en het enige wat hier te doen is, is het Eiland van de Zon. De volgende dag gaan we in een bootje naar het Eiland van de Zon. We hebben hier tijdens de voorbereidingen erg naar uitgekeken. De Inca’s geloofde namelijk dat hier de zon geboren is en dit eiland het centrum van de Incacultuur is. Helaas valt het wat tegen. De enige Incaruine op het eiland is klein en het goudmuseum is een klein schuurtje zonder goud met wat potten die net zo goed gisteren gemaakt zouden kunnen zijn. Tel daar de op geld azende plaatselijke bevolking bij op, en weg is de sfeer die we verwacht hadden. De drie uur durende Incatrail op het eiland is wel leuk en geeft een schitterend uitzicht over het eiland en de verschillende baaien. De volgende dag regelen we een busticket naar Peru en hiermee eindigt onze reis door Bolivia.

Datum artikel: 8-05-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Twee gringo’s in Bolivia

ATP vakanties