vakantie informatie

Tunesië: Toerist in Arabië

Het is alweer een tijdje geleden dat ik naar Tunesië ben geweest. En helaas zijn er vooral negatieve ervaringen blijven hangen. Destijds voelde het alsof er steeds twee culturen botsten: de westerse met de Arabische. Ondanks mijn lange rokken zag ik er met mijn blonde haar natuurlijk uit als een supertoerist en dan word je behandeld als iemand die veel geld uit kan geven. Scheldpartijen als je niks koopt, opdringerige jongetjes die bloemen in je shirt stoppen, winkeliers die je pas weg laten gaan als je ze betaalt of een sigaret geeft. Maar gelukkig boekten we ook een tweedaagse excursie naar de woestijn. En dat was een enorm gave, onvergetelijke ervaring. Mijn verhaal…

Culturen
Tunesië staat enerzijds voor lekker betaalbare vakanties, zon, zee en strand. Anderzijds is het een land met een bewogen geschiedenis, met Berbers in de woestijn en veel jonge mensen in de verstedelijkte gebieden. Een interessante combinatie, dus wij willen het in twee weken gaan ontdekken. Vestigingsplaats is Sousse, walhalla van toeristen, waar je over de all inclusive hotels struikelt. Hotel Samara is ook zo’n complex waar de gasten van alle luxe worden voorzien. Een lekker zwembad, sauna, binnenzwembad, kapper, elke avond animatie en een privestrand. Zo’n privestrand voor hotelgasten heeft toch wel voordelen, want dan zijn er geen pottenkijkers. Zodra er een verdwaalde toerist ligt op de ‘vrije’ stranden, zie je vooral hordes nieuwsgierige mannen. De Tunesische vrouwen die we op die stranden zien gaan met jurk en al in het water. En dat terwijl de vrouwen op straat er modern en sjiek gekleed uitzien, en meestal zonder hoofddoek lopen. Binnen de Tunesische cultuur bestaan dus duidelijk ook grote verschillen.

Arabische karaoke
En dan ‘s avonds. Echt de straat op gaan is er niet bij. Je wordt voortdurend lastig gevallen als je uit eten gaat. De mannen trekken letterlijk met meerderen aan je. Maar voornamelijk aan mijn vriend! Bovendien zijn er niet veel restaurantjes die echt de moeite waard zijn. De eerste week proberen we nog van alles uit, maar dan willen mijn darmen liever dicht bij huis eten en blijken de koks bij het hotelrestaurant het best goed te doen. We proberen ook een keer de discotheek bij het hotel uit, maar komen er niet eens in omdat vriendlief een korte broek aan heeft. Dan maar weer het animatieprogramma bij het hotel. Je ontkomt er ook niet aan met een appartement aan het zwembad, want met gesloten deuren hoor ik de zanger nog steeds boven mijn boek uitzingen. Een avond is er karaoke in alle talen. Frans, Duits, Arabisch; net zo gemakkelijk passen de entertainers de karaoke-computer aan. Niet helemaal ons ding, hoewel het liedje ‘Even aan mijn moeder vragen’ in het Hagenees wel ont-zet-tend grappig klinkt.

Sousse
Sousse heeft natuurlijk ook charmante kanten. Er rijdt een trein dwars over het stadsplein. Die toetert even en dan moet iedereen maar zorgen dat ‘ie aan de kant is gegaan. Vanuit dat plein loop je de medina in, de oude Arabische ommuurde stad. Kleine, nauwe straatjes, winkeltjes met tapijt- en keramiekwinkeltjes, slagers die koeienkoppen aan de muur hangen en stoffige souks. Dit is echt een andere wereld dan de onze. Winkelen lukt ons niet, daarvoor moeten we toch naar warenhuis Soula Center, La Grotte en Arabesque. Hier hanteren ze vaste prijzen en kunt je rustig rondkijken zonder steeds mensen te hoeven afwijzen, wegsturen of uitleggen dat je zijn spullen echt niet nodig hebt. Met een kinderlijk vrolijk toeristentreintje rij je naar het acht kilometer verder gelegen Port El Kantoui. Het is een plaats die bedacht en ingericht is voor toeristen. Opvallend zijn de mooie appartementencomplexen, de winkeltjes waar je op je gemak kunt rondkijken en de schone omgeving. Dat het hier zo schoon oogt is met name opvallend, omdat de rest van Tunesië vol afval ligt. Soms zie je kilometers lang alleen maar plastic zakken in het landschap liggen, of gewoon in zee. Nogmaals, dit is echt een andere wereld dan de onze.

De Sahara in
Elfhonderd kilometer in twee dagen, dat is nogal wat. Voor de Tunesische buschauffeur die ons stuurt leek het een eitje, want hij scheurde er lustig op los over het slechte asfalt en de zandpaden. De trip begint goed, bij het Romeinse theater El Djem. We klimmen naar boven en hebben prachtig uitzicht. Hier konden vroeger zo’n 30.000 toeschouwers terecht, dat is gigantisch! We vervolgen onze weg via Sfax en Gabès en komen in het steppengebied rond Matmata, waar Berbers nog in grotten wonen. Die woonplaatsen zijn zomers verkoelend en ‘s winters erg aangenaam. We stoppen om zo’n grot in te gaan, waar een oud vrouwtje couscous aan het malen is. Vervolgens gaan we naar een andere grot waar een restaurant in zit. Hier eten we heel uitgebreid; stokbrood, couscous en brik à l’oeuf. Lekker! Vervolgens rijden we steeds verder naar het zuiden en belanden in El Fouar (bij Douz) waar we opvallend veel zand zien waaien. De bewoners zie je vooral tegen de muren aan schuilen. Wij worden iets verderop een hutje in geduwd. Daar wikkelt iemand me in hele vuile doeken en een jurk. Van top tot teen ingepakt, komen we bij een kudde dromedarissen aan. Ik mag op de kleinste zitten en die hoogte is al indrukwekkend genoeg. Zodra zo’n beestje opstaat word je namelijk van voren naar achteren ‘geworpen’ en dat voelt behoorlijk avontuurlijk, en hoog! We hebben erg veel lol om de situatie dat we verkleed als Arabieren op een dromedaris in een woestijn zitten. Erg gaaf!

Zout, slangen en slijm
Na een hotelovernachting in Douz, trekken we verder. Onderweg stoppen we bij de zoutmeren van Chott El Djerid. Op een goede dag kun je hier luchtspiegelingen zien. Nu helaas niet, maar we kunnen wel een stukje zoutkristal afbreken om mee naar huis te nemen. Daarna gaan we naar een heuse oase. Dat blijkt geen groepje palmbomen in de verte te zijn, zoals ik me altijd voorstelde, maar een compleet tropisch bos. We maken een tochtje per koets en zien nog even een man in een boom klimmen om bovenin een kokosnoot te pakken. De mensen die hier werken en wonen zijn allemaal erg vrolijk en zoeken graag contact, zonder gelijk iets terug te verwachten. Toch gaan we verder, want Tijani’s Desert Zoo wacht. Daar zien we schorpioenen, zandvisjes, reptielen, een cobra, aapjes, een everzwijn en kamelen. Na een stevige lunch komt het laatste onderdeel van de reis aan bod: een bezoek aan Karouian. Het is de eerste Tunesische stad die overging op de islam en men heeft het vaak over heilige stad Karouian. In hoeverre de stad inderdaad heilig is, weet ik niet. Maar wat ik wel weet is dat ik al snel werd aangeklampt door bedelaars en een kwijlende jongen in de medina. Dat maakte al snel een einde aan ons medina-bezoekje en we hebben de tijd verder doorgebracht op een terrasje. Toch heeft deze excursie ons beeld over Tunesië volledig bijgesteld. Het was leerzaam, enorm indrukwekkend en we zijn veel vrolijke mensen tegengekomen. Tunesië is een perfecte zonbestemming, maar houd er rekening mee dat je in een totaal andere cultuur terecht komt waar de dingen nu eenmaal anders zijn. Moe van de laatste 1100 kilometer stappen we in het vliegtuig. Daar klinkt ‘Copacobana’ nog na in mijn hoofd. De karaokeversie welteverstaan.

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Tunesië: Toerist in Arabië

ATP vakanties