vakantie informatie

Safari in Kenia en Tanzania

Vanuit Nairobi vertrekken we voor onze elfdaagse safari door parken in Kenia en Tanzania. Ons reisgroepje blijkt klein te zijn; we zijn met vier personen. Onderweg stoppen we alleen in netjes aangelegde toeristengelegenheden met echte wc’s en dure winkels waar je Masai houtsnijwerk voor exorbitante prijzen kan laten opsturen naar waar dan ook ter wereld. Eenmaal ontsnap ik uit het busje, tot grote ontsteltenis van onze chauffeur annex gids, die even aan het tanken is. Dit dorpje heeft zo’n onweerstaanbaar lokale uitstraling, met z’n ‘Highway Hotel’ (een keetje langs de weg), de groentemarkt en alle kleurrijk geklede vrouwen. Helaas heb ik geen schijn van kans om onopvallend wat fotootjes te maken. De vrouwen zijn nog sneller verdwenen dan de flamingo’s bij Lake Bogoria, toen ik echt iets te dichtbij kwam.

In het zuiden van Kenia bezoeken we eerst park Amboseli; weidse uitzichten met de indrukwekkende Kilimanjaro als achtergrond (helaas was het erg heiig en bewolkt, geen Kilimanjaro gezien dus) en daarna Tsavo West. Vooral in Amboseli zien we veel dieren, waaronder olifanten, nijlpaarden en flamingo’s. En leeuwen, wàt een luie beesten, ze nemen nauwelijks de moeite om hun kop op te tillen als we nogal luidruchtig aan komen sjezen in ons busje. De chauffeur geeft zelfs nog wat extra gas in een vergeefse poging de aandacht van de lome beesten te trekken en ons de kans te geven op een spectaculaire foto.

Bij het verlaten van Tsavo West zien we vele giraffes; parmantige, ietwat verwaand overkomende beesten die ver boven het opengeschoven dak van ons busje uitsteken. We voelen ons gepast klein, maar nemen dan wraak met de observatie dat giraffes er eigenlijk, naarmate je ze langer bekijkt, steeds raarder uit gaan zien. Het begint al bij die bulten op hun kop! Verder zijn ze heel veel smaller dan je bij zo’n lengte zou verwachten. Het lijkt net of iemand ze uit bordkarton gesneden en speciaal naast het pad neergepoot heeft om de toeristen te vermaken!

Masai
We stoppen bij een Masai dorpje, waar we tegen flinke betaling foto’s mogen maken. Uit de reisgidsen weten we dat de Masai speciale dorpjes bouwen voor bezichtiging.  ‘s Avonds keren ze terug naar hun eigen dorpje, enkele honderden meters verderop. Een trieste zaak. Maar we willen graag foto’s maken van Masai zonder aanstoot te geven en niemand kan bezwaar hebben tegen een geldelijke vergoeding als je de moeilijke omstandigheden ziet waaronder dit volk moet leven. Na een overnachting in Taita Hills bij Tsavo West, reizen we richting Arusha, Tanzania. Het landschap verandert drastisch nu we aan de andere kant van de Kilimanjaro zijn. Het is veel groener en minder stoffig; een heel vriendelijk landschap. De mensen zijn ook vriendelijker en niet alleen geinteresseerd in je geld. Ze vinden het leuk om met je te praten, te vertellen over het leven in Tanzania, iets te horen over het leven in dat verre Europa. Ons hotel, Mountain Village, ligt buiten Arusha aan Lake Duluti. Vanuit het hotel moet de Kilimanjaro goed zichtbaar zijn, maar helaas blijft het bewolkt. Tegen het vallen van de avond wandelen we rondom het meer. We hebben een assertieve vrouwelijke gids, die bereid is om ons te informeren over het meer, maar ook over Tanzania en haar bewoners! Ze wijst ons op de verschillende planten en majestueuze bomen. Ze vertelt over de ietwat lugubere herkomst van de naam van het meer. Duluti is een verbastering van het lokale woord voor ‘opgeslokt’. Ooit is hier namelijk een visser zomaar op het meer verdwenen. We zien de vogels terugkeren naar hun nesten in het riet, het wordt tamelijk plotseling donker. Op het dakterras van het hotel genieten we van de laatste restjes licht boven het meer, een wel heel bijzondere sfeer.

Arusha
De volgende dag maak ik foto’s op de markt in het centrum van Arusha. Arusha is een belangrijke stad in Afrika als ik de locals mag geloven, en inderdaad is er een kolossaal – oerlelijk – congrescentrum in een deel van de stad wat westers aandoet. De markt is ook hier fantastisch kleurrijk en de sfeer is minder onvriendelijk dan we tot nu toe in Kenia meegemaakt hebben, maar fotograferen blijft een probleem. Ten eerste is het lastig om goede foto’s te maken terwijl diverse verkopers, waaronder enkelebijzonder vasthoudende, de ene na de andere batikdoek voor je camera houden. Ten tweede hebben veel mensen een instinctieve angst om vastgelegd te worden op de foto. Sommigen verliezen hun angst zodra je wat geld geeft, maar dit levert geen spontane straatfoto’s.

Over een steeds slechter wordende weg reizen we naar de Ngorongoro krater. We komen bij zonsondergang aan en hebben een fantastisch uitzicht vanaf de rand van de krater. Het is hier fris, we zitten nu ook op 2400 meter hoogte en het waait stevig. Ons hotel Ngorongoro Wildlife lodge ligt op de rand van de krater. Het uitzicht is fenomenaal. Als we ‘s ochtends vroeg wakker worden, zien we echter totaal niets: het zicht uit ons raam is nog geen tien meter! Overdag, diep in de krater, wordt het heel warm, zo waarschuwde men ons. We kunnen het nauwelijks geloven, want ‘s nachts was het in het hotel ook zeer koud geweest – de verwarming deed het niet. Maar goed, men zal het hier wel weten. Wij dus onze korte broeken aan, bibberend in de ochtendmist. Het duurde uren voor het ook maar ietsje warmer werd! Maar zodra even de zon doorkomt, is het inderdaad meteen bloedheet. De krater, of eigenlijk is het geen krater maar een caldera (een door instorting gevormde krater), is zeer uitgestrekt en zit boordevol dieren. Kuddes olifanten, leeuwen, giraffes, veel vogels, ontelbare zebra’s en gazelles, waterbuffels en nijlpaarden. En weer flamingo’s, in de diverse sodameren in de krater. Via de Olduvai kloof vertrekken we naar Serengeti. Hier zijn menselijke voetstappen van 3,5 miljoen jaar geleden teruggevonden! Men heeft wel zo’n veertig jaar gezocht, overtuigd dat hier bewijs te vinden moest zijn over het ontstaan van de mens. Over volhouden gesproken! Een grappig detail is dat deze voetstappen niet te onderscheiden zijn van voetstappen van de moderne mens (nee, de wetenschappers waren niet in de war met hun eigen voetstappen!). Ook de lichaamsbouw schijnt weinig veranderd te zijn. Een holbewoner valt niet op op een gemaskerd bal in de 21e eeuw, zolang ie z’n masker maar ophoudt, want de schedelinhoud is dramatisch veranderd!

Lake Manyara
We volgen de steeds slechter wordende weg weer terug richting Ngorongoro krater. Daarna nog enkele tientallen kilometers waar we al schuddend en hotsend uren over doen, en dan zijn we bij Lake Manyara waar we op de heenweg ook al langs zijn gekomen. Verdwalen is hier namelijk niet makkelijk: er is maar een weg! Lake Manyara bestaat voor 70% uit water en voor de rest uit bos, zodat het heel moeilijk is om dieren te zien. Hier zouden leeuwen in bomen moeten huizen – die luie beesten moeten wel een hele goede reden hebben om zoveel energie aan boom klimmen te besteden! Een theorie was dat ze de tse-tse vliegen willen ontwijken, iets waar wij hier en in Terengire in ieder geval ladingen energie aan besteed hebben! Maar in de paar uur die we hier rondgehobbeld hebben zijn we er geen tegengekomen, dus ik heb het niet kunnen vragen. Wel zien we veel vogels en het meer ligt er mooi bij, in de late middagzon. Bij een picknickplaats naast het meer kunnen we even de benen strekken. Opeens zie ik dat er nijlpaarden in het meer zwemmen, kleine stipjes maar duidelijk herkenbaar aan de roze oortjes en neusgaten! Een raar idee, nijlpaarden in je meer! Op onze laatste safaridag zien we een jeep totaal illegaal ergens midden in de bush-bush staan. Dit trekt de aandacht van onze fanatieke gids/chauffeur en hij sjeest maar weer eens crosscountry richting jeep! En dan zien we op de valreep zelfs nog een luipaard!

Datum artikel: 4-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Safari in Kenia en Tanzania

ATP vakanties