vakantie informatie

Rondreis door Suriname

We beginnen ons verblijf in Suriname met een stadswandeling in Paramaribo, zoals beschreven in de Wereldwijzer Suriname. Onze eerste stop is de Palmentuin, die op nog geen vijf minuten lopen van het hotel ligt. Hierna komen we op het Onafhankelijkheidsplein met het beeld van Pengel en het presidentieel paleis. We lopen verder naar de houten kathedraal. De Oranjetuin valt tegen. Je ziet nog wel wat grafzerken staan, maar het geheel heeft meer weg van een vuilnisbelt. Wij willen even uitpuffen en wat drinken. Het is erg warm in Suriname en daar moeten we nog aan wennen. We vinden een plaatsje aan de waterkant op een terras met uitzicht op de Suriname rivier. Om 17.00 uur begint de briefing van onze reisorganisatie over de jungletocht en de rest van de reis. We krijgen te horen wat we ongeveer mee moeten nemen en hoe laat we morgen vertrekken. Terug op de hotelkamer pakken we om voor de jungletocht. We mogen maximaal acht kilo meenemen en we denken dat dit wel gelukt is.

‘s Morgens is het nog wikken en wegen of we al het noodzakelijke bij ons hebben. De busrit naar de boot duurt een paar minuten. We leggen alles in de boot en vertrekken. Onze eerste stop is het plaatsje Domburg. Domburg stelt niet heel veel voor. Het varen is wel lekker, maar de rivier is erg breed zodat je niet veel ziet. Er is bijna geen scheepvaart en ook langs de kant gebeurd niet zoveel. Na verloop van tijd wordt de tocht dan ook eentonig. De boot is niet van die afmeting dat je rond kunt lopen. Je moet op je houten bankje blijven zitten. Daar zijn onze billen nog niet aan gewend. We zijn dan ook blij aan te komen in Paranam waar we een medicijnman gaan bezoeken. De medicijnman is alleen niet thuis. De volgende stop zijn de ruines van Groot Chattilon. Deze zijn grotendeels overwoekerd door de jungle. Groot Chattillon was vroeger een leprakolonie. Er is niet heel veel meer van over, maar je krijgt wel een idee en je ziet goed hoe snel het oerwoud alles overwoekert. Soms volgen we een soort van pad en soms banen we ons een weg door de begroeiing. We zien de wateropslagtank, de vroegere keuken en badkamer. En we zien het riviertje dat de scheiding vormde tussen de leprapatiënten en de verzorgers. Weer terug op de boot volgt een tocht waar geen eind aan lijkt te komen. Het enige interessante waar we nog langs komen is de plantage van Clarence Seedorf en de houten Carolinabrug. Om 16.00 uur leggen we eindelijk aan en dan moeten we nog zo’n kwartiertje (bergopwaarts) lopen naar ons kampement.

Blaka Watra
Om 9.00 uur de volgende morgen gaan op weg naar Blaka Watra. We reizen met een oud busje waar we niet allemaal tegelijk in passen. De helft van de groep wordt eerst weggebracht en de andere helft begint alvast te wandelen richting Blaka Watra tot ze door het busje oppikt worden. In het busje staat een hele verzameling stoelen. De achterbank is nog oorspronkelijk. Verder staat er een keukenkruk, een fauteuil, een matras op de wielbak vormt ook een stoel en tenslotte een zelfgemaakt houten bankje voor twee personen. Blaka Watra is een kreek met zwart water. Je kunt er heerlijk zwemmen. We gaan weer, in twee etappes met de bus terug naar Redi Doti voor de lunch. ‘s Middags wandelen we naar Jodensavanne. Dat ligt op tien minuten loopafstand van Redi Doti. De volgende morgen gaan we om 8.00 uur op weg voor onze wandeling naar de Casipora begraafplaats. We lopen eerst langs verschillende ananasplantages en daarna het bos in wat al snel dichter en dichter wordt. Ik loop in mijn korte broek en heb daar toch spijt van. De takken krassen tegen je benen en er zitten steekvliegen. Het is zo’n drie kwartier lopen. De begraafplaats is echt helemaal overwoekerd en het is dat ze een paar stenen vrij gemaakt hebben anders kon je er niets van zien. Maar het was een leuke wandeltocht. Om 9.30 uur zijn we weer terug in het dorp waar iedereen bezweet op een stoel neerploft. Om 13.00 uur brengt een bus ons naar Tukunari eiland vanwaar we de volgende dag een excursie maken naar het dorpje Ledi Doti. Het is een klein stukje varen. Het dorpje doet Afrikaans aan met veel Voodooachtige invloeden. We zien eigenlijk heel weinig mensen rondlopen. Er komen wel een aantal vrouwen bewerkte kalebassen verkopen, maar verder is er weinig bedrijvigheid. Na het bezoek aan dit dorp, stappen we weer in de boot voor een tochtje van tien minuten naar een ander dorp, het dorp Baku. Het lijkt, voor ons in ieder geval, erg veel op het vorige dorpje. Hier zien we wel wat bedrijvigheid in de vorm van een vrouw die cassavebrood aan het bakken is. We mogen ook een stukje proeven. Na dit bezoek lopen we terug naar de boot en om 13.00 uur zijn we weer terug op ons eilandje. Na de lunch is het tijd om te zwemmen. Het meer is zo warm dat het lijkt alsof je in een warm bad stapt. We dobberen een poos in het water. Het is wel oppassen met die boomstronken. Je zwemt er zo tegenop, onderwater zie je ze bijna niet.

Jungletocht

Om 9.00 uur staat iedereen startklaar voor de jungletocht. We gaan kijken bij goudzoekers. Het is zeker zo’n drie kwartier varen. Als je stil ligt merk je hoe warm het is. Na zo’n dertig minuten lopen horen we een motor ronken. En na nog een paar minuten staan we voor de put waarin de mijnwerkers bezig zijn. Ze zijn begonnen aan de rand van het meer. Nadat ze die plek afgezocht hebben zijn ze steeds verder stroomopwaarts goud gaan zoeken. Dit traject lopen wij. Met de modder die ze opgraven dempen ze hun vorige afgraving. Wat een verschrikkelijk vies werk. Een stuk of vijf mannen staan in een enorme modderput. Een aantal spuiten met hoge druk de modder los die door een ander wordt opgezogen en over een kwikbed wordt gestuurd. De goudstofjes dalen daarop neer. We wandelen dezelfde weg terug. Het is niet echt een zware jungletocht. Je hoeft niet ver te lopen en het is een goed pad. De volgende dag verlaten we het eilandje. Na anderhalf uur varen zijn we weer terug in het plaatsje waar we drie dagen terug zijn opgestapt. Met busjes gaan we naar Brownsberg. Om 8.30 uur gaan we op pad naar de Witikreek. Onderweg zien we al snel een aantal loopvogels. Ze zijn zo groot als een kalkoen en zwart met rood onder de vleugels. Ook zien we twee goudhazen. We lopen eerst naar de Leoval. Het is warm en vochtig in het bos. We druipen dan ook al snel van het zweet. Naar de Leoval lopen is goed te doen. Alleen het laatste stuk daal je vrij steil, wat je op de terugweg weer moet stijgen. Na Leoval gaan we op weg naar de Irene waterval. Deze ligt een stuk verder weg. Het is een mooie route met een aantal klimmetjes. De Irene waterval is groter dan de Leo waterval, maar ook deze is niet echt spectaculair. We zitten dan ook aan het eind van de droge tijd.

Jaw Jaw
We reizen door naar het dorpje Jaw Jaw. Er zijn drie hutjes met een bovenverdieping tegenover de eetlodge en vier hutjes aan de rivier. De volgende dag gaan we de rastafari’s bezoeken. Het is al bijna 11.00 uur als we vertrekken. Stroomopwaarts wordt het water wilder en liggen er nog meer rotsblokken in het water. Door de lage waterstand liggen we een paar keer vast. Na zo’n drie kwartier varen komen we aan bij een eilandje waar we de boot uit moeten. Hier zijn zoveel rotsen en is er zo weinig water dat de boot hier volgeladen echt niet door kan. We moeten een paar minuten lopen naar het punt waar we weer in de boot kunnen. De boot doet er langer over dan wij. Na nog een uur varen komen we aan. Bij de rastafari’s had ik me iets totaal anders voorgesteld. Een beetje het Jamaica idee. Reggaemuziek, allemaal mensen met de geel/groen hoofdbreisels die nutteloos rondhangen en joints aan het roken zijn. Niets van dit alles. Het dorpje is weer een dorpje zoals we er nu al een aantal hebben gezien. We zien een rastafari (zonder pet) die meubels maakt op een kunstzinnige manier. Leuk om te zien, maar speciaal? De boottocht maakt wel veel goed en het is een leuke dag. We kopen nog wat te drinken in de dorpswinkel en varen weer terug naar Jaw Jaw. De volgende dag reizen we door naar Paramaribo.

Fietstocht
In Paramaribo gaan we fietsen. We fietsen eerst door de stad naar het haventje waar de fietsen in de boot geladen worden. Aan de overkant begint het serieuze fietswerk. Na een kwartiertje fietsen stoppen we bij een supermarkt om drinken te kopen. Als we daarna afslaan wordt een stuk rustiger. Er komen steeds minder huizen te staan en op een gegeven moment rijden we pal langs de rivier. Onze eerste stop is fort Amsterdam. Hierna rijden we naar de oude Mariënburgfabriek. Er is niet meer veel van over, maar je krijgt een goede indruk van hoe het geweest is. Het is erg warm en net buiten de fabriek stoppen we bij een winkeltje om nog meer drinken te kopen. Het is al 14.00 uur, iedereen is warm, moe en hongerig, maar we hoeven niet meer ver. Op tien minuten fietsen van Mariënburg gaan we weer aan boord van een bootje en varen we naar Frederiksdorp waar we gaan lunchen. Frederiksdorp is een opgeknapte plantage. De huizen zijn mooi en het complex wordt nu als hotel gebruikt. Hier gaan we zwemmen. We poedelen een uurtje voordat we terugfietsen naar Paramaribo. Na drie kwartier komen we weer op de plaats waar we onze fiets in moeten leveren. Het was een leuke dag en zeker een aanrader om te doen.

De laatste dag in Paramaribo besteden we aan het kopen van souvenirs en om 14.30 uur worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht.

Datum artikel: 13-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Rondreis door Suriname

ATP vakanties