vakantie informatie

Peru: De Incas achterna

We willen van Bolivia naar Peru, maar in het grensplaatsje Puno worden we uit de rij bij de douane gehaald omdat we geen visum hebben. We staan in een apart kantoortje tegenover de chef douane. Die begint in het rap Spaans een heel verhaal over dat we in La Paz een visum hadden moeten halen. Al wat wijzer van eerdere grensovergangen zijn we niet onder de indruk en weten dat we ons stempeltje toch wel krijgen. Dus antwoorden we wat laks maar vriendelijk: No lo Se (dat weten wij niet). Dat wordt beloond met het zo belangrijke stempeltje in ons paspoort. Dag Bolivia en hallo Peru.

Indiaanse gastvrijheid
We zijn van plan om eerst de rieten eilanden van de Uros Indianen op het Titicaca meer te bezoeken. De rieten eilanden van de Uros Indianen zijn apart. We hebben continu de indruk dat we door het riet het water in zakken. De Indianen zijn zeer vriendelijk. We krijgen bij aankomst zelfgemaakte rieten halskettingen cadeau en mogen alles uitgebreid fotograferen. Alles wat je op deze eilanden ziet is van riet. Tot hun bootjes toe. Een leuk toertje, maar de volgende dag willen we wel snel weg. Op naar Cusco, de mooiste stad van Peru.

Ontbijten voor een goed doel
Het ritje naar Cusco is sinds lange tijd weer eens afzien omdat we erg goedkoop reizen. De stoelen staan dicht op elkaar, de bus is overvol en iedereen neemt zijn halve huisraad mee de bus in. Dat worden dus zes zware uurtjes. Cusco maakt alles meteen goed. Het is echt een prachtige stad en er is van alles te doen. Lekkere en gezellige eettentjes, schitterende pleinen en vooral veel shops. Over een hotel hoeven we niet lang na te denken. In 1998 hebben we een documentaire gezien over Jolanda van den Berg; een Nederlandse die na een bezoek aan Cusco haar leven heeft omgegooid en zorg is gaan dragen voor de straatkinderen hier. Zij heeft een hotel opgezet dat wordt gerund door diezelfde straatkinderen. Naast het feit dat dit initiatief een hoop indruk op ons heeft gemaakt is het ook nog eens een fantastisch hotel. ‘s Ochtends lekker in het zonnetje met het meest uitgebreide ontbijt tot nu toe. En wat is er lekkerder dan door het eten van een yoghurtje muesli ook nog eens een goed doel te steunen.

De tocht der tochten
Cusco wordt voor ons een tijdje luieren, om daarna aan de tocht der tochten te beginnen: de Incatrail op de Machu Picchu. Vier dagen traplopen, afdalen en in de kou op 4000 meter hoogte in een tentje slapen om op de vierde dag de zon te zien opkomen boven de verloren stad Machu Picchu. Er zijn drie opties: twee dagen wandelen (eigenlijk een paar uur), met de trein of het echte werk: vier dagen lopen. Wij zijn voor de vierdaagse voettocht gegaan. En mocht je twijfelen, we kunnen de tocht echt aanbevelen. Er doen zich veel wilde verhalen de ronde over de Incatrail. Veel is waar. Het is echt schitterend, soms steil en vooral hoog. Maar wij zijn geen sportievelingen en vinden het toch goed te doen. Dag twee zou de zwaarste zijn en begint om zes uur ‘s ochtends. Vanuit de tent kunnen we de trail steil omhoog de bergen in zien lopen. Het valt ons gelukkig mee. Het ziet er veel steiler uit dan dat het is. Alleen het laatste stukje voor de top is letterlijk en figuurlijk adembenemend. We lopen dan ook in slow motion naar boven. Het is maar een paar honderd meter, maar door de hoogte -lees zuurstofgebrek- sta je vanzelf om de paar meter naar lucht te happen. Maar tien keer tien meter is ook honderd, dus ook wij halen de top na ruim drie uur klimmen.

Waar zijn de roltrappen
We zijn erg blij met de dragers want ze regelen alles perfect. Het is onvoorstelbaar hoe ze met weinig spullen heerlijke maaltijden op tafel toveren. Niks geen snelle hap maar elke keer drie gangen. Het gespreksonderwerp die avond is: “we hebben het gehaald”. Beetje lachwekkend want we zijn pas op de helft. Ontspannen beginnen we aan dag drie, want we hebben het toch al gehaald. Het valt toch een beetje tegen. Er lijkt geen einde aan de dag te komen. Het is wel de mooiste dag, want we lopen net onder de sneeuwgrens en in de wolken. De Inca’s wisten wel wat mooi wonen was. Alleen jammer dat ze geen roltrappen hebben uitgevonden. Die trappen omlaag lijken oneindig. De vierde dag gaat de wekker om vier uur af voor het laatste anderhalf uurtje Incatrail. Dus lopen we de volgende ochtend met onze zaklamp de trail te volgen naar de Machu Picchu. En mooi dat die is! We kunnen dit iedereen aanbevelen.

Vogeltjes kijken
Dan gaan we naar Arequipa, een leuke stad met veel restaurantjes. Het is vooral de stad van Juanita. Zij is de eerste mummie waarvan is vast komen te staan dat de Inca’s mensen als ritueel offer gebruikten. Medelijden hoeven we niet te hebben want ze vonden het een grote eer. En nu staat ze bij min twintig graden in een prachtig, maar klein museum in het centrum van de stad. Naast dit museum heeft Arequipa ook het schitterende Santa Catalina klooster. Het klooster is een dorp op zich. Waanzinnig mooie straatjes, allemaal een eigen huisje en om het decadent te maken heeft iedere non zijn eigen bediende. We hebben het dus prima naar ons zin en zoals altijd vliegt de tijd.

De verhalen vooraf geven de indruk dat de vallei van de Condors bij Arequipa ligt, maar in Arequipa blijkt het nog vier uur met de bus naar Chivay. En vanuit dit Chivay rijdt dan de volgende morgen om vijf uur weer een bus om twee uur later in de vallei van de condors aan te komen. Hebben we nog wel zin om uren te reizen? Bij Paul slaat de tegenzin om in moedeloosheid als we aankomen in de vallei. De condors vliegen inderdaad vrolijk rond maar verder stelt deze vallei niets voor. Bij een vage rotspunt staan de Peruanen natuurlijk weer met hun handjes om entree te vangen. Wat nou entree? Een hoopje stenen aan de kant van een bergweg waar je op kan staan om de condors te zien. Uren reizen en overnachten in een dorp van niks om drie condors te zien, daar zitten we op dit moment heel decadent niet meer op te wachten. Hoe mooi de condors ook zijn.

Nasca
De verhalen over Nasca zijn vooraf niet best. Kleine, vuile stad waar weinig te doen is. Zoals vaker is ook nu de aankomsttijd weer flink beroerd, namelijk vier uur ‘s ochtends. Als we aan het eind van de ochtend wakker worden ziet Nasca er wat beter uit. Tijd om op onderzoek uit te gaan. Het cemeterio is indrukwekend. De Nasca-indianen begroeven hun doden in de woestijn onder het losse zand. En door grafschenners zijn de lichamen in de openlucht komen te liggen en gemummificeerd. Raar gezicht die lichamen en botten zo los in het zand. Maar dan waar het echt omgaat in Nasca…..de Nascalijnen. Zijn de lijnen al fantastisch te zien vanuit de lucht dan is het vluchtje op zich nog leuker. Met een kleine pypercup razen we ruim een half uur over de lijnen. Twee dagen Nasca is dus achteraf zo slecht nog niet.

Hip Lima
Als laatste staat Lima op de agenda. Al heel snel na aankomst merken we dat Lima, voor ons, een prima stad is om enkele dagen te blijven. We zoeken een hotel in de wijk Miraflores, het nieuwe en meest toeristische gedeelte van de stad. We zitten vlak bij de boulevard en daar is Scheveningen niets bij. Veel trendy shops, een mega bioscoop en veel lekkere eettentjes met uitzicht op zee. Het oude centrum heeft een plein met mooie oude gebouwen en natuurlijk is er het dagelijks wisselen van de wacht. We snappen dus niets van de verhalen dat Lima een waardeloze stad is waar je maar beter niet kan komen. Wij hebben het in ieder geval prima naar ons zin en zijn klaar voor onze laatste 24 uur in Peru.

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Peru: De Incas achterna

ATP vakanties