vakantie informatie

Marokko: What is your price for not good?

Poeh! De taxirit hadden we tenminste al overleefd! De tape die de auto bij elkaar hield had het gehouden en de chauffeur had ons zonder kleerscheuren op onze plaats van bestemming in Marokko weten te brengen. De beste man nam het onderweg niet al te nauw met de scheidslijnen op de weg en toeterde naar alles wat hij tegenkwam. De joint die wij geweigerd hadden, rookte hij zelf op. Gelukkig hadden we ons leven niet voor niets gewaagd. Chefchaouen bleek een levendig klein plaatsje te zijn, waar we prima een dagje konden uitrusten van de heenreis.

Het plein in de medina, het oude stadsdeel, was een ontmoetingsplaats voor zowel toeristen als lokale bevolking. Je zag er vooral Berbermannen, gehuld in traditionele ´galabia´ (een soort lamswollen jurk met grote puntige capuchon) die in groepjes de dag stonden door te nemen. Het was een ontspannen sfeertje, zo met de terrassen en restaurantjes rondom. Of kwam dat door de wietwalmen die voorbij kwamen? ‘Kif’ is in het noorden van het land het verbouwde gewas op het land. Het is dan ook erg geliefd bij de plaatselijke bevolking, en dat is niet alleen omdat het geld oplevert. Chefchaouen ligt tegen een heuvel op, aan de rand van het Rifgebergte. De heuvel lokte, en we maakten plannen voor een wandeling. Erg ver kwamen we alleen niet. De wijk die grensde aan de medina bleek erg fotogeniek te zijn. De huisjes en soms ook delen van de smalle, steile straatjes, waren allemaal smetteloos wit en de deuren, kozijnen en trappen staken felblauw af. Tegen zoveel mediterrane sferen waren we niet bestand. Het groen in de bergen kon wel wachten!

Verdwaald
De bus naar Fès was van hetzelfde kaliber als de taxi. Geen kapotte ruiten deze keer, maar een hoop gerammel en lawaai. De wegen waren hard, maar niet helemaal heel en de bus had erg goede veringen. Gevolg: lanceringen vanaf de bank! In slaap vallen was onmogelijk. Losgeschud kwamen we aan in Fès. Ook daar doken we de medina in. De medina van Fès is een van de grootste ter wereld. De straten zijn drie meter breed (af en toe moet iedereen aan de kant voor een ezel met en kar), ze lijken allemaal op elkaar (druk en stoffig onder een bijzondere, beetje mysterieuze lichtval) en overal werden we uitgenodigd te komen kijken. We dwaalden langs potten en pannen, kleding, stoffen, handgeweven carpetten, leren tassen, houtsnijwerk, trommels en snaarinstrumenten, kebabkramen en stapels kruiden. En in de volgende straat weer. En in de straat daarna weer. We liepen door. Steeds verder dwaalden we af in de doolhof. De straatjes werden minder druk en de laatste winkel die we gezien hadden, was tien steegjes terug. Af en toe passeerden we nog een hout- of koperbewerker, die in een stoffig schuurtje zat te werken.

Tijd voor de plattegrond. Want waar waren we, ongeveer? Aan welke kant in de medina zaten we nu? Hoever hadden we nu eigenlijk gelopen? We staarden naar onze plattegrond en concludeerden: we waren verdwaald. En iedereen die we vroegen naar een uitgang of een hoofdweg, wees een andere kant op! Blijkbaar heeft ieder hier zijn eigen manier om de weg te vinden. Wij ontwikkelden terplekke de manier ´doorlopen tot je iets tegenkomt wat je leuk vindt en hou daar een wandelpauze´. En dat werkte. Puur toevallig vonden we de beroemde tanneries. Via winkels met leren jassen, tassen en slofjes kom je op balkons die neerkijken op verfbakken (de tanneries). Een erg leuk gezicht, met al die kleuren. Voor de mannen die er werken zal het iets minder prettig zijn: uren achter elkaar staan ze op blote voeten ín de bakken met lappen leer te hannesen om ze te kleuren. Dit moet loodzwaar en vreselijk ongezond werk zijn. Maar het levert de bevolking van Fès veel geld op.

Ook voor je neus is het minder prettig. Een lik tijgerbalsem of een blaadje munt onder je neus is geen overbodige luxe voor de westerse toerist! Na veel meer gedwaal in de straten, heerlijke kebab (verrassend hoe goed de kebab kan zijn bij de simpelste kramen), koppen mierzoete mintthee en foto’s van de middeleeuwse Babs (de poorten bij de ingangen van de medina, ‘bab’ = ‘poort’), vonden we ons hotel terug en werd het tijd voor de volgende bestemming: Marrakesh.

Dropetende Berbers
Het was de beurt aan de trein. Een prima trein! En hij ging ook nog op tijd weg! We deelden een coupe met twee Berbers met gerimpelde gezichten. Ze deelden hun meloenen met ons en wij gaven ze drop. De een smakte luidruchtig op een munt, de ander deed er een halfuur over om een boerderijtje weg te krijgen. Ze keken er niet blij bij, maar ze waren te beleefd om de zwarte prut uit te spugen. Acht en een halfuur later stonden we op het beroemde plein Djemaa el-Fna in Marrakesh. Dit plein zouden we nog vaak bezoeken, vooral ‘s avonds, wanneer de avondzon de rode gebouwen rondom het plein nog roder deed lijken. Elke avond komen op dit plein uit alle hoeken en gaten acrobaten, verhalenvertellers, slangenbezweerders, muzikanten en mensen met apen en hennatattoo’s. Vanuit het niets rijzen hele rijen kramen op, met verse sinaasappelsap, noten, cd’s en Marokkaanse etenswaar. Behalve hordes andere toeristen komt hier ook veel lokale bevolking op af. In de enorme souqs (de bazaar) konden we onze afdingtechnieken verfijnen. Dat hoefde meestal niet in het Frans, laat staan in het Arabisch: de verkopers zijn heel wat toeristen gewend en spreken een aardig woordje Engels. Het leverde mooie conversaties op. Verkoper, voor een leren lampenkap: ‘Only 100 Dirham, madam.’ (omgerekend € 10) ‘Sorry, but that is not a good price sir.’ ‘Why not?’ ‘Because the quality of this is not good.’ Daarop volgde ontegenzeglijk de quote van de dag: ‘Then what is your price for not good?’.

Inshallah
Na al deze heisa waren we toe aan…rust. En waar, dachten wij, is het minder druk dan in de woestijn? Nergens! Op naar de Sahara! Onze bus volgde een schitterende route, dwars door de Hoge Atlas en de groene Drâa-vallei, waar je over de toppen van palmbomen in de verte de besneeuwde toppen van de Atlas zag. Jammer dat we het laatste uur al ín de bus werden overspoeld door jongens die kamelenritten wilden verkopen. Toen we in M’Hamid uitstapten, onze eindbestemming aan de rand van de Sahara, was het hele dorp al geinformeerd over onze komst en werden we als celebrities zonder bodyguards belaagd. Niet bepaald de rust die we zochten. En al helemaal niet nu we twaalf uur in een bus gezeten hadden! Het wonderwoord in deze situaties: Inshallah! Wat zo ongeveer betekent: ‘Als God het wil’. Rustig aan jongens, hier komen we wel uit. En zo stonden er de volgende dag vier kamelen voor ons klaar.

Urenlang hobbelden we door de woestijn. Overal om ons heen: zand. Hier en daar wat stenen en af en toe een struik of een boom. Maar verder: zand. Zand en zon. Zo´n uitzicht vanaf een kameel, dat is erg indrukwekkend. In de loop van de dag ging het steeds harder waaien. Het zand stoof ons om de oren en wilde graag in onze ogen. Inmiddels hadden we geleerd hoe we onze doeken op Arabische wijze om ons hoofd konden knopen, en een stuk van het doek voor de ogen beschermde goed tegen het zand. Door het weefsel zagen we aan het eind van de middag ons tentenkamp naderen. Daar vonden we de rust die we zochten. Een paar tenten, vier vrienden en een paar begeleiders. Zand. En verder: niets.

Kashbah
Het zou nog een week duren voor dat de etterende brandwonden op onze konten geheeld waren (kamelen zitten niet heel zacht) – excuus voor de lichamelijke details. Maar in de kashbah van Ait Benhadou waaiden ze in elk geval droog. Dit was het winderige eindpunt van onze reis. Een kashbah werd vroeger gebouwd ter bescherming van de stad, later in sommige gevallen bewoond door feodale bestuurders. De kashbah van deze stad is erg goed bewaard gebleven. Ezels en paarden brachten ons de bijna droge rivier Oued Ounila over, waarna we zelf langs de lemen huisjes naar boven konden klimmen. Boven werden we getrakteerd op het prachtige uitzicht van het zandkleurige Ait Benhaddou onder ons, de leegte met palmbomen daar omheen en de eeuwig witte bergtoppen van de Hoge Atlas in de verte.

Het was de sfeervolle, afwisselende, goedgevulde maar toch ontspannende, niet al te dure vakantie geweest in een land waar wij alle vier voor het eerst waren. Maar zeker niet voor het laatst. Want hoe is het eigenlijk om in Agadir naar het strand te gaan? Of om met je eigen auto door het Atlasgebergte te crossen? Om een Marokkaanse moskee van binnen te zien (dit is voor toeristen bijna onmogelijk)? Of: hoe pitoresk zijn de dorpjes in het Anti-Atlas of in het zuiden van Marokko? Wij willen meer!

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Marokko: What is your price for not good?

ATP vakanties