vakantie informatie

Jamaica, island in the sun

Jamaica is een van de mooiste eilanden van de Caribbean. Voor vele groten der aarde is het dan ook het favoriete vakantieoord. Het eiland, 2/5 van Nederland groot, is goed per auto te bereizen, heeft een vriendelijke bevolking en een weergaloos mooie natuur. Koningin Elisabeth komt er graag, Alexander en Maxima brengen er zo af en toe een week door, de Franse modekoning Yves Saint Laurent heeft er een villa, ex-Beatle Paul McCartney zit er iedere kerst. Maar zij trekken er niet met een auto op uit. Misschien durven ze dat niet, want vaak zijn de wegen slecht en moet je, net als overal trouwens, goed op je portemonnee passen. Want ondanks alle luxe die hier is te vinden, is Jamaica een derdewereldland met een hoog werkloosheidscijfer.

Jamaica’s eerste beroemdheid
De lijst van beroemdheden die Jamaica in het verleden bezochten, is lang. De zanger Harry Belafonte schreef hier zijn beroemde Banana Boat Song en Island in the Sun. Ian Fleming had er een huis, GoldenEye. Hier schreef hij veertien boeken over zijn held, agent 007, James Bond. De naam voor zijn held bedacht hij hier zelfs. Aanvankelijk huurde Fleming GoldenEye gemeubileerd. Toen hij een naam zocht voor zijn agent 007, keek hij eens in de boekenkast en zag daar een natuurgids, geschreven door ene James Bond. De man met een license to kill was geboren! GoldenEye is nog steeds gemeubileerd te huur, inclusief Flemings bureau, maar nu voor zo’n 5000 dollar per nacht. Als Harrison Ford, Naomi Campbell of Michael Cane er tenminste niet zitten. Maar de eerste beroemdheid die Jamaica bezocht was waarschijnlijk Columbus, die niet alleen Amerika ontdekte, maar ook Jamaica. Op 5 mei 1494 stapte hij het blinkend witte strand op. In 1510 kwamen de eerste Spaanse kolonisten. Zij stichtten Villa de Vega, nu Spanish Town. De kolonie diende als overslagplaats voor het goud en zilver dat de Spanjaarden uit Zuid-Amerika hadden geroofd. Spanish Town lijkt nog aardig intact, maar wie achter de gevels van de oude Spaanse gebouwen kijkt, ziet daar onmiddelijk de autowrakken en grazende geiten. Heel schilderachtig, dat wel. Geld of de interesse om dit Spaanse erfgoed te bewaren, is er niet. De gevels, de laatste decorstukken van dit verhaal, kunnen bij de eerstvolgende storm naar beneden slaan.

Oude plantagehuizen
In 1655 kwamen de Britten, die hier driehonderd jaar de dienst uitmaakten. Vandaar dat vrijwel alle Jamaicanen Engels spreken. Zo’n 90% van de Jamaicanen heeft trouwens Afrikaanse voorouders, want tussen 1700 en 1810 werden meer dan 800.000 Afrikaanse slaven naar Jamaica gebracht om te werken op de plantages. Uit die tijd dateren de plantagehuizen, die nog in de oude stijl zijn ingericht en waar de bezoeker echt de plantagesfeer, inclusief die van de slavernij, kan ervaren. Zo is er Rose Hall. De wrede eigenaresse, The White Witch, die haar slaven zowel aftuigde als beminde, ligt op het landgoed begraven. Een ander indrukwekkend ‘great house’ is het plantagehuis Annandale in St. Ann. Het huisvest een van de mooiste collecties antiek West-Indisch antiek, op het terras wordt high tea geserveerd, en natuurlijk kunnen van hieruit paardrij- en mountainbiketochten worden gemaakt. Een prima plek voor een dagexcursie.

De rivier af op een bamboevlot
In het midden van dit groene eiland liggen de bergen. Hier is het vanwege de hoogte koeler dan aan de kust. Toch zitten de meeste toeristen aan de kust – waar het behalve heter ook veel duurder is – en niet in het rustige en welig begroeide binnenland. Terwijl juist hier zoveel natuurlijke bezienswaardigheden zijn.
Vanuit de bergen lopen zo’n 120(!) rivieren naar zee. Er zijn dus waterstromen in alle soorten en maten, van lieflijk klaterende beekjes tot imposant neerstortende watervallen.

Wij laten ons per bamboevlot de rivier af zakken. De bootsman zorgt er met een lange bamboepaal voor dat ons vlot midden op de rivier drijft. Hij schudt z’n dreadlocks uit z’n rasta-muts, stelt vragen over onze religie, wij over de zijne. We lachen om elkaar en zo zakken twee culturen gezamenlijk de rivier af. Wit wordt gevaren door zwart. Hij neuriet een liedje van Bob Marley, One Love, en wil weten of we die kennen. Wie kent de Jamaicaanse popzanger niet, grondlegger van de reggae? We zijn zelfs in z’n huis in Kingston geweest, dat nu het Bob Marley Museum huisvest. Daar staat z’n oude fiets nog waarop hij aan het begin van z’n carrière zijn zelfopgenomen bandjes op het eiland probeerde te slijten. En daar lazen we ook het mooie verhaal dat Marley en Prins Charles op een gegeven moment voor een tussenstop op hetzelfde vliegveld waren. Toen Charles dit hoorde, wilde hij Marley graag ontmoeten en liet dit aan Bob overbrengen. Marley liet overbrengen dat Charles welkom was. Waarop de ontmoeting niet plaatsvond.

Krokodillen aaien
In de Black River leven krokodillen. Dat willen we weleens zien en dus schepen we weer in. En jawel, na nog geen vijf minuten te hebben gevaren, verschijnen er happende bekken rond de boot! Maar ze zijn niet uit op onze kuiten, ze komen voor het voer dat de vrouwelijke kapitein van onze boot heeft meegenomen. Ze heeft vriendschap gesloten met een aantal van deze krokodillen. Officieel leven ze weliswaar van kikkers, vogels en vissen, maar ondertussen eten de zoeterds ook graag wat boterhammetjes uit haar hand. Zoals ze liggen te zonnen op drijvende stukken hout, zou je ze ook voor hout aanzien. Sommige liggen met hun bek halfopen. Dat duidt niet op honger, maar op hitte, zo vertelt de kapitein. Krokodillen zijn koudbloedig en willen dat ook graag blijven. Daarom proberen ze via hun mond hitte kwijt te raken. Een vogeltje, de crocodile dentist, pikt fanatiek etensrestjes tussen z’n tanden weg. Als onze lady-captain fluit, glijdt het grijze gevaarte van z’n boomstam af en zwemt naar haar toe. En dan aait ze hem! Zo is het in het Paradijs ook vast ooit geweest…

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Jamaica, island in the sun

ATP vakanties