vakantie informatie

In Suriname hebben we de tijd

De duisternis is al ingevallen op Curacao wanneer ik aan boord klim van de MD-82 van Surinam Airways. De vlucht brengt mij naar Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Bij de paspoort- en visumcontrole is het nog vrij rustig en lekker koel door de stevige airconditioning, maar daarna word ik buiten de terminal aan alle kanten besprongen door taxichauffeurs die mij maar wat graag in een rechte lijn naar Paramaribo willen brengen. Midden in de nacht kom ik aan in de Jessurunstraat downtown Paramaribo bij guesthouse Twenty4. Een klein, gezellig en vooral heel relaxt guesthouse, gerund door Bryan en Daphne. De volgende ochtend, bij een heerlijk ontbijt op de veranda, kan ik beter kennismaken met Bryan en wordt mij door hem uitgelegd wat ik allemaal kan gaan doen in Suriname. Ik heb het geluk dat de volgende dag al een trip richting het oerwoud (of Het Bos zoals de Surinamers zeggen) vertrekt met een organisatie genaamd Amazing-on.

Alsof het zo gepland moet zijn, bieden zij precies twee trips die alles in zich hebben wat ik graag wil gaan zien. Wat wil ik nog meer. Maar voor ik vertrek, heb ik nog een dag voor Paramaribo. Paramaribo is eigenlijk de enige echte stad van Suriname. Het ligt ongeveer zes kilometer van de monding in zee van de Surinamerivier en de Commewijnerivier en herbergt ongeveer 2/3 van de totale bevolking van Suriname. Ik begin mijn ontdekkingstocht in Paramaribo bij de VVV dat vlakbij het Fort Zeelandia te vinden is. Daar adviseert men mij een stadswandeling. Gewapend met een stadsplattegrond ga ik op pad om de belangrijkste bezienswaardigheden van Paramaribo te bekijken. Niet te missen in Paramaribo is het Onafhankelijkheidsplein. Dit plein bevindt zich vlakbij Fort Zeelandia op een steenworp afstand van de Surinamerivier. Het groene plein dat voor de onafhankelijkheid van Suriname nog Oranjeplein heette, is elke zondag het toneel van een groot fluitconcert. Bij zonsopgang komen de mannen van Suriname met hun brommers naar het plein met achter op hun grote schat; een kooitje met een picolet, twatwa of gelebek. Elke tsjilp wordt nauwkeurig bijgehouden op een scorebord en de vogel met de meeste slagen (een deuntje met een duidelijk begin en eind) wint de prijs. Een serieuze business voor volwassen mannen waar veel geld mee gemoeid is.

De Waterkant

Vanaf de Nationale Assemblee begint de in Suriname beroemde Waterkant. Dit stuk kade is niet alleen beroemd en mooi vanwege de oude uit hout opgetrokken herenhuizen, maar ook vanwege zijn rol als ontmoetingsplaats voor de inwoners van Paramaribo. Met zicht op de Surinamerivier vind je hier stalletjes waar je goed kunt eten en waar je onder het genot van een lekker koel glas Parbobier kunt mijmeren over de indrukken van de stad. Paramaribo is een leuke stad waar het goed toeven is. Maar nog leuker is het wanneer je de Stad (zo wordt Paramaribo genoemd door de Surinamers) verlaat en het binnenland ingaat. Dat ga ik dan ook de tweede dag al doen. De eerste trip die ik ga maken met Amazing-on is een vijfdaagse tour naar het Brokopondostuwmeer en de Boven-Surinamerivier. De tour wordt begeleid door de twee levensgenieters Roberto Plomp en Cor de Lange die tevens de ‘directie’ vormen van de organisatie. Op de ochtend van vertrek verzamelen we ons bij Twenty4 en maak ik kennis met mijn medereizigers voor de komende dagen: Jan, Marjanne, Rinske en Anne. Het busje van garage Ricky is voor Surinaamse begrippen maar een klein beetje te laat. Maar dat mag de pret niet drukken. In Suriname hebben ze ook het gezegde: ‘In Nederland hebben jullie de klok en in Suriname hebben we de tijd’. We rijden zuidwaarts naar het stuwmeer van Suriname, het Prof. dr. ir. van Blommesteinmeer. Dit is althans de officiële naam. Meer gebruikelijk is de naam Brokopondostuwmeer. Aanvankelijk lijkt de reis een prettige aangelegenheid te worden. Ware het niet dat de weg al snel veranderd van asfalt in bauxiet en vervolgens in een gatenkaas. En dan worden de kleine honderd kilometer die we voor de boeg hebben ineens een heel ander verhaal. Maar we mogen niet klagen, want volgens de chauffeur is de weg nu erg goed.
Afobaka
Na een ochtend wiebelen in een bus bereiken we de stuwdam van Suriname bij Afobaka, onze eerste halte op weg naar het zuiden. Bij Afobaka liggen de boten van Tonka Tours en bootsman Jerman staat al op ons te wachten in de brandende zon. We varen vanaf de dam met de korjaal (lange wiebelboot) over het meer naar Tonka-eiland. Tonka-eiland is een oude heuveltop dat een eiland is geworden toen het gebied onder water werd gezet. Op het eiland zwaait de Saramacaner Frits van Troon de scepter. Frits komt van origine uit dit gebied en heeft Tonka-eiland tot een minireservaat gecultiveerd. Wat me meteen opvalt is de rust die het eiland uitstraalt. Weg van de drukte van Paramaribo. De eerste nacht in een hut is gewoonweg heerlijk. Ik word niet eens wakker van de toch wel behoorlijke aantallen decibellen die de verscheidenheid aan beesten om je heen maken. Met een heerlijke nachtrust achter de rug kunnen wij ons opmaken voor de volgende etappe van onze trip naar het zuiden. Met wat vertraging, in verband met de hoge golfslag op het meer, stappen we weer vol verwachting in de korjaal. Het werd me het middagje wel. Veel langer dan gepland, varen we over het meer. De bootsmannen zelf gaven het niet toe, maar we wisten allemaal dat we verdwaald waren op het meer. Het is ook zo’n bizar landschap waarin je verzeild raakt. Na een middag varen op het Brokopondomeer en een houten kont rijker, lukte het Jerman en zijn mannen om de ingang van de Surinamerivier te vinden. Dit is een heel mooi punt vind ik zelf. Je ziet het landschap ineens veranderen en je krijgt steeds meer het idee dat je dieper het regenwoud ingaat. Fantastische bossen doemen op naast de rivier. Met een wolkendek dat helemaal openbreekt wordt het een oase van mooie kleuren. Gekleurde vogels vliegen langs de bosrand of rakelings over het water. Wat een natuurschoon! De reis stroomafwaarts de Surinamerivier op, verloopt overigens niet geheel zonder problemen. De rivier is namelijk bezaaid met grote keien en niet op alle plekken even diep. We lopen dan ook vast en de mannen gaan de boot uit om de korjaal weer vlot te trekken. Onderweg zie je het bosleven van Suriname zich ontvouwen, wanneer je de diverse dorpjes aan de rivier passeert. Je ziet de lokale bevolking hun (af) was doen, zichzelf wassen, vissen en kinderen spelen in de rivier. Het is wel duidelijk hoe belangrijk de rivier is in het leven van de Saramaccaanse gemeenschappen aan de Surinamerivier. Alles lijkt om de rivier te draaien.

Bakaa Boto

Na een prachtige tocht weten de mannen van Tonka Tours de korjaal en ons veilig af te leveren bij onze volgende stop, het dorp bij Bakaa Boto. Bij Bakaa Boto melden zich de volgende morgen de bootsmannen van Gunsi en de goede vriend van Cor, Bert. Bert is de ‘kapitein’ (=dorpshoofd) van het dorp Gunsi. Wat is het toch fantastisch mooi om het oerwoud vanaf het water te zien. Onderweg stoppen we even kort bij grensplaats tussen weg en water: Atyoni. Dit is het punt dat nog via de weg te bereiken is vanaf Paramaribo. Vanaf Atyoni zul je per korjaal verder moeten omdat de weg simpelweg ophoudt. Het overstappunt bestaat uit een aantal winkels, een restaurantje en vooral heel veel korjalen. Onze eindbestemming is Gunsi. Het dorp bevindt zich op een heuveltop dat uitkijkt op de Ferulasi soela. Gunsi dankt zijn naam aan de roodgekleurde aarde (pimba) die hier voorkomt en dat onder meer wordt gebruikt bij het Winti geloof dat hier in Suriname veel voorkomt. Na de geweldige maaltijd maken wij ons op voor een avondwandeling door het oerwoud. Naast de nodige spinnen, schorpioenen en kikkers valt Roberto’s oog ook op de oogjes van een kaaiman. En Roberto zou ‘Kaaiman dundee’ niet zijn als hij niet zou proberen deze kaaiman te pakken. Dit lukt hem dan ook. En ik wilde wel een stoer fotootje voor thuis en heb de kaaiman ook nog even vastgehouden. Stevig vastgehouden wel te verstaan, want hoewel de kaaiman nog relatief jong was, had hij al een vervaarlijk setje tanden in zijn bek. Vandaag brengen we een bezoek aan twee naburige dorpjes van Gunsi, genaamd Laduani en Nieuw Aurora. In Nieuw Aurora krijg ik echt een idee hoe het dagelijks leven in een Saramaccaans dorp als Nieuw Aurora er aan toegaat. Zeker als we ons mengen onder de kinderen die in het water aan het spelen zijn en visjes aan het vangen zijn. De meisjes van het dorp kregen al snel interesse voor het bijzondere haar van Anne en ik kon het niet laten mijn geluk te beproeven in het traditioneel vissen met een takje, een draadje, een haakje en een rijstkorrel. En ik had zowaar geluk. Het was inmiddels weer tijd voor de terugweg. De laatste dag is aangebroken. Dit zou de minst leuke dag worden. We hebben namelijk een lange reis naar huis voor de boeg en het ergste: we moeten afscheid nemen van dit mooie plekje op aarde. Bert brengt ons weer met de korjaal naar Atyoni. Na een lunch in Atyoni begint de lange busrit naar Paramaribo. De volgende dag doe ik lekker rustig aan. Ik ben een beetje gaan slenteren door Paramaribo en heb een mooie hangmat aangeschaft. Na het eten kruip ik snel onder de wol. Ik ben klaar voor de trip naar Matapica en de plantages.

Matapica en plantagetour
De dag begint al vroeg. We moeten om 7.00 uur klaarstaan voor onze trip naar het stukje strand ten noorden van Paramaribo. Niet omdat het zo ver reizen is, maar omdat het getij ons dan wel gezind zou zijn. De trip naar Matapica en de plantages zou weer met Roberto, Cor en Marjanne zijn. Echter worden de plaatsen van Jan, Rinske en Anne nu ingenomen door de vrienden Bert en Niek. Met een busje gaan we naar de buitenwijk van Paramaribo, Leonsberg. Leonsberg is een voormalige koffie- en cacaoplantage dat aan het begin van de 18e eeuw werd gesticht en de meest noordelijke is in zijn soort op de westoever van de Surinamerivier. In Leonsberg gaan we aan boord van een boot die ons naar Matapica vaart. En dat wordt me een reisje wel. De hoge golfslag en de stevige wind zorgt voor een groot waterballet in de boot. Ik ben dan ook blij dat ik een regenponcho bij me heb. Leuk is het geenszins, maar er is geen andere manier om de stranden van Matapica te bereiken. Je zult via de zee moeten. Op onze tocht naar Matapica ronden we de meest noordwestelijke punt van het district Commewijne: Braamspunt. Dit is een klein stukje strand dat bewoond wordt door garnalenvissers. Bij het varen langs de kust zie je de sporen al in het zand. Deze  sporen zijn het doel van deze tocht. Althans, het doel is de dieren die deze sporen creëren. We gaan namelijk de grote zeeschildpadden bekijken die vanaf maart eieren komen leggen in dit gebied. En waar kun je ze mooier zien dan in Matapica. Het nadeel van deze plek is dat het zeer primitief is. Er is geen aanlegsteiger voor je boot. Het getij bepaalt waar je aan land gaat. We zijn de komende twee dagen te gast bij de Stinasu. Stinasu is de afkorting voor de Stichting Natuurbehoud Suriname. Zij beheren onder meer het strand van Krofajapasi. Zeg maar het strand waar we nu zijn beland. Zij houden hier toezicht in het legseizoen van de schildpadden met de bedoeling om stroperij tegen te gaan, want het eten van de eieren van de schildpadden is zeer populair bij de lokale bevolking. Ook zorgt Stinasu ervoor dat verkeerd gelegde nesten worden opgegraven en weer herbegraven zodat de zee tijdens vloed niet de nesten kan wegspoelen.

Schildpadden
Na het eten begint het snel donker te worden. We kunnen nu op pad om de schildpadden te gaan zien. We worden daarbij begeleid door een medewerker van Stinasu. We zijn nog geen 200 meter langs het strand aan het wandelen of het is al raak. Het eerste spoor van een schildpad is gespot. Het wordt ons ook wel erg makkelijk gemaakt door een helder schijnende maan. De medewerker van Stinasu gaat eerst voorzichtig kijken in welk stadium van het eierenleggen de schildpad is. Wordt ze namelijk gestoord voordat het proces is begonnen, dan ‘rent’ ze weer de zee in. Is het proces eenmaal op gang, dan is het niet meer te stoppen en kunnen we voorzichtig kijken. Het leggen van de eieren en het zien van de ontzettend grote schildpadden is een adembenemend schouwspel. Het lijkt wel alsof ze speciaal voor ons aan land komen. Alleen de eerste avond hebben we al het voorrecht gehad om zes schildpadden te zien. Dag twee zal een dag worden dat we de ‘swamps’ of moerassen achter de kustlijn gaan ontdekken. Omdat het moerasgebied een paradijs is voor vogels willen we het gebied in gaan op zoek naar onder meer de bijzondere rode ibis. We worden door de aanwezige medewerker van Stinasu afgezet met de boot op een plek waar we denken mooi het gebied te kunnen betreden. Ik kan je zeggen, het betreden ging wel, maar we kwamen al snel tot onze enkels in de zuigende modder terecht. Tegen beter weten in proberen we nog door te lopen in de hoop dat het terrein beter toegankelijk zal worden. Maar het wordt al snel duidelijk dat dit geen lolletje gaat worden en het is zaak terug te keren naar de kust. De volgende dag gaan we langs de modderbanken bij de monding van het Matapicakanaal en richting de plantages. Na wederom nat geworden te zijn in de boot komen we aan bij de modderbanken bij de monding van het Matapicakanaal. Via de Matapicakreek belanden we uiteindelijk bij de eerste plantage genaamd Alliance, een oude suikerplantage wat inmiddels in verval is. Echter heeft het gouvernement in 1954 Alliance aangekocht en worden de oude plantagearbeiders omgeschoold tot klein landbouwers. Er is dus nog steeds een citrusplantage gevestigd alleen is het anders dan weleer. Op de plantage zie je hoe armoedig de arbeiders nu nog wonen. Krakkemikkige huisjes van golfplaten zijn hun onderkomen.

Plantages
Op het terrein van Alliance zijn verder nog de restanten te zien van de vergane glorie. Zo is er de oude woning van de plantage-eigenaar met zijn eigen oprijlaan en aan weerszijden tamarindebomen. Na de mooie maar bloedhete wandeling over Alliance klimmen we weer bij Lor aan boord en varen we verder in de richting van onze eindbestemming van vandaag: Plantage Frederiksdorp. Nadat iedereen zich heeft opgefrist, krijgen we van de heer Hagemeijer een rondleiding over het terrein van Frederiksdorp en wordt ons over de geschiedenis van Frederiksdorp verteld. Daarbij krijgen we onder meer de oude directeurswoning te zien uit 1760 die ook weer helemaal is opgeknapt met achter het huis de oude droogvloer voor de koffiebonen. De volgende en mijn tevens laatste dag in Suriname gaan we nog even een wandeling maken naar de naast Frederiksdorp gelegen plantage Mariënbosch. In de middag is het tijd om weer langzaam richting Paramaribo te gaan. We varen met een boot van Frederiksdorp naar plantage Alkmaar. Daar staat het busje te wachten dat ons die middag zal rondrijden. We rijden vervolgens naar de oude suikerplantage Mariënburg. Na Mariënburg blijft er nog een bezienswaardigheid over; Fort Nieuw Amsterdam en het openluchtmuseum aldaar. Het einde van de vakantie nadert na mijn bezoek aan Fort Nieuw Amsterdam. Nog even met de bus over de brug van Wijdenbosch die Suriname bijna bankroet maakte en we zijn weer terug in Paramaribo.

Ik kan terugkijken op wederom een prachtige vakantie. Suriname is een fantastisch land dat een beter vakantieland is dan menig Nederlander vermoedt.

Datum artikel: 13-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over In Suriname hebben we de tijd

ATP vakanties