vakantie informatie

Hoogtepunten van Maleisië

Het oversteken van de grens tussen Singapore en Maleisië verloopt gladjes. Bus uit, inleveren van het immigratieformulier voor Singapore, stempel in je paspoort, bus in, stukje rijden, bus uit, immigratieformulier voor Maleisië invullen, stempel in je paspoort, bus in, KLAAR! Een paar uur later komen we aan in Melaka. De eerste teleurstelling volgt snel: de taxi’s die vanaf het busstation vertrekken hebben een vastgestelde prijs die eigenlijk veel te hoog is voor het kleine stukje naar de stad. Maar ja, een alternatief is er niet. Gewoon betalen dus!.

Gelukkig ligt binnen Melaka alles op loopafstand. Ons hotel staat in een wijk met mooie koloniale huizen, niet ver van het wereldberoemde Stadthuys. Het is duidelijk dat de Hollanders, Engelsen en Portugezen een paar eeuwen geleden actief zijn geweest in dit stadje. In het Stadhuys in een museum gevestigd met wapenuitrustingen en kleding, maar ook het gebouw zelf is van binnen fraai om te zien. Op het Dutch Town Square, het plein voor het Stadthuys staat een ‘authentieke’ Hollandse molen, welke met name bij Japanners zeer in trek is. De klokkentoren spreekt mij meer aan. Mooi rood is niet lelijk. Zouden alle gebouwen aan dit plein in de tijd van de Hollanders ook al deze kleur gehad hebben? Ik kan het me nauwelijks voorstellen. Nee, het rood symboliseert de kleur van de bakstenen die de Hollanders eeuwen geleden meenamen uit Zeeland. Alles is alleen een beetje aangedikt in de loop van de jaren.

Riskaw
Omhoog bij het Stadthuys de heuvel op ligt het restant van de St. Pauls kerk. Alleen de muren van de kerk staan nog overeind. Echter, het uitzicht over de stad Melaka is geweldig! In de kerk zijn overigens ook verschillende grafstenen te vinden. In oud-Nederlands staat beschreven wie ooit onder deze steen zijn of haar laatste rustplaats heeft gevonden, compleet met functie. Bijvoorbeeld: Anna Janszens, huisvrouw van… Ik zie er blijkbaar Nederlandser uit dan ik zelf dacht. Een aantal Arabische vrouwen in chador komt op me af met de vraag of ik misschien kan vertalen wat op die stenen staat. Hmmm. Voor het Stadthuys staan een aantal riskawrijders te wachten op klanten. Nepbloemen in alle kleuren van de regenboog hangen aan deze fietstaxi’s en een aantal hebben zelfs lampjes en geluid. Omdat ik vanwege mijn enkelblessure niet al te ver kan lopen, besluiten we voor een uurtje een riskaw te huren. Een iel, maar sterk mannetje rijdt met ons door Chinatown. De eerste stop is bij het Baba Nonya Heritage Centre. Het kleine museum geeft een goede impressie van hoe rijke Chinezen leefden en leven. Veel antiek, soms een beetje kitsch, maar ook wel weer mooi op een bepaalde manier. De meeste panden in Chinatown zien er mooi geverfd en goed gerestaureerd uit. Zeker met het zonnetje erop leidt dit tot een kleurrijk geheel. In vele panden zijn hotels en eethuisjes gevestigd, maar het aantal antiekwinkels spant werkelijk de kroon! Onze riskawrijder fungeert tevens als gids en laat ons verschillende tempels zien. Hij heeft een oud boekje (inmiddels niet meer dan een vodje), waarin hij ons aanwijst wat we zien.

Kuala Lumpurtoren
We verruilen de drukte van Chinatown voor de drukte van de monorail en zetten koers richting de Kuala Lumpurtoren. De monorail is een efficiënte vorm van transport, niet duur en alle haltes staan duidelijk gemarkeerd. Vanaf de monorail is het niet al te ver lopen naar de Kuala Lumpurtoren (Menara Kuala Lumpur). Dat ding is zo hoog dat hij niet te missen is! Maar je kent dat wel: wanneer je denkt dat je er bent, blijkt de heuvel waarop de toren staat toch net iets hoger dan gedacht. Niet dat dit een onoverkomelijk probleem is, maar aangezien we voor zonsondergang boven willen zijn zwichten we toch maar voor een van de talrijke taxi’s. De Kuala Lumpurtoren is de op vier na hoogste zendmast van de wereld. Een lift brengt je naar het viewing deck op een hoogte van 276 meter waar vandaan je een prachtig uitzicht hebt over Kuala Lumpur (en uiteraard de nabijgelegen Petronas Towers) en omstreken. Zelfs de limestone grotten waarin onder meer de Batu Caves zich bevinden zijn zichtbaar. Terwijl we ons rondje maken gaat langzaam de zon onder. Het licht van de ondergaande zon verandert de kleuren in de stad. Geleidelijk gaan er meer en meer lampjes aan en het uitzicht veranderd drastisch. Adembenemend, steeds zie je weer nieuwe en andere dingen. Na een paar uur zijn we echt uitgekeken (voor zover mogelijk) en beginnen onze maagjes te knorren. Een taxi brengt ons naar Bangsar, een wijk met verschillende trendy cafes en restaurants. Deze laten we echter links liggen en we bestellen een eenvoudige (nou ja…) doch voedzame maaltijd (dat wel!) bij een van de Food Stalls. Onze maaltijd wordt opgeluisterd door een uitzending van de lokale Idols, een programma dat in Maleisië ook zeer populair is. Bijna elke Food Stall heeft wel zijn eigen televisie. De kandidaten die we zien zingen slecht, maar dat maakt het geheel niet minder amusant. We zingen en klappen vrolijk mee met de lokale bevolking en het ijs is snel gebroken.

Petronas Towers
Omdat we nog steeds de Petronas Towers niet van binnen gezien hebben en dat toch wel een ‘hoogtepunt’ van je bezoek aan Maleisië is, gaan we op weg. Op dag een zijn we duidelijk te laat, elke dag worden er maar 800 kaarten vergeven om vanaf de loopbrug tussen de torens over de stad te kijken. Je moet er dus vroeg bij zijn. De volgende dag is het tijd voor poging twee. Je moet er wat voor over hebben om de Petronas Towers in te willen. Voor achten staan we in de rij. We zijn duidelijk niet de eersten, maar gelukkig wel bij de eerste 800. De rij verloopt niet heel georganiseerd, er zijn geen hekjes zoals bij de Efteling, maar toch verloopt alles soepeltjes. Een aantal mannetjes geeft aan hoe de rij moet lopen en niemand kruipt voor. De lift brengt je vliegensvlug naar de 41e etage waar de loopbrug is. Eigenlijk is het een dubbele brug. Op de onderste laag lopen de bezoekers, de bovenste laag dient als short-cut voor transport van de ene naar de andere toren. Ondanks de regen is het uitzicht mooi, maar de architectuur van de gebouwen is eigenlijk nog veel mooier. Allemaal glas en staal. Echt superstrak. Heel gaaf om te zien.

Vanuit Kuala Lumpur is het National Park Taman Negara niet moeilijk te bereiken. Je kan het openbaar vervoer nemen, maar de kans is groot dat je de boot mist omdat de bus net te laat aankomt. Wij hebben dan ook bij NKS travel in Kuala Lumpur transport naar het park geregeld. Na vier uurtjes bussen zijn we in Jerantut, niet ver van Kuala Temberling, de uitvalsbasis van de bootjes naar het park. De boottocht naar Taman Negara duurt zo’n drie uur, maar is werkelijk schitterend. Zachtjes kabbelt het bootje stroomopwaarts de rivier op, zigzaggend, de stroomversnellingen en ondiepe delen van de rivier ontwijkend. Onderweg zie je Orang Asli, leguanen, waterbuffels en prachtige vegetatie. In Taman Negara kun je zowel in het resort naast het park als in het dorp (Kampung Kuala Tahang) aan de overkant van de rivier verblijven. Het hele park is me echter iets te toeristisch, overal reizigers, met name Nederlanders. Je voelt je helemaal thuis. Elke avond draaien er verschillende informatieve video’s over het park. Hoe informatief de video is kan ik helaas niet zeggen. Het geluid stond veel te zacht en iedereen sprak gewoon door. De beelden zijn echter mooi, dus waarom niet toch een kijkje nemen terwijl je een hapje eten naar binnen schuift.

Na ons bezoek aan Taman Negara beginnen we aan het laatste deel van de reis. Na Kuala Lumpur reizen we via Penang en Langkawi naar Kuching om uiteindelijk na een aantal dagen weer uit de komen in Singapore waar onze reis eindigt en we weer op het vliegtuig naar Nederland stappen.

Datum artikel: 3-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Hoogtepunten van Maleisië

ATP vakanties