vakantie informatie

Dromen komen uit in Nieuw-Zeeland

In Wellington gaan we met onze camper aan boord van de ferry van Bluebridge. In boekjes hebben we al gelezen dat het flink kan waaien in de nauwe Cook Strait tussen het Noorder- en Zuidereiland. En ze hebben gelijk. Ondanks de wind loont het om op het dek te staan. Eerst vaar je een heel stuk langs de zuidkust van het Noordereiland om vervolgens op het nauwste stuk tussen de twee eilanden over te steken. Het Zuidereiland vaar je vervolgens letterlijk binnen. Via een nauwe doorgang, de Tory Channel, vaar je de Marlborough Sounds in. Dit is een indrukwekkend geheel van inhammen, eilandjes, baaien en schiereilanden.

Uiteindelijk komen we aan in Picton, een klein plaatsje waar iedereen als een gek weer uitrijdt. Wij besluiten even te blijven hangen en rond te kijken. Niet dat er enorm veel te zien is, maar je hoeft dan niet in een colonne van campers het dorp uit te rijden. Na een kleine lunch vertrekken we toch maar in zuidelijke richting, op weg naar Blenheim; het hart van het wijngebied waar je onder meer de bekende wijnmakerij Montana vindt. Vanuit Blenheim is het een kleine 200 kilometer rijden naar Kaikoura. Hier ga ik voor het eerst in mijn leven walvissen zien. Ik kan dan ook niet wachten om naar Kaikoura te gaan. Onderweg stoppen we nog even om zeehonden te bekijken. Er liggen twee zeehonden heerlijk te zonnebaden op de rotsen aan de Pacific Coast. Terwijl ik dichterbij sluip om een mooi plaatje te schieten, krijgt Laura ineens de schrik van haar leven. Zonder dat ze het doorheeft wordt er een zeehond wakker op een meter of twee naast haar. Die hebben we niet eens zien liggen! Sterker nog, als je goed kijkt, blijkt de hele kust vol met die beesten te liggen. Je struikelt er zowat over. Het is in een woord geweldig, die zeehonden in de vrije natuur.

Walvistocht
In Kaikoura begint het weer te betrekken en steekt de wind op. Het ziet er somber uit voor onze walvistocht van de volgende dag. De tocht wordt inderdaad geannuleerd.. Dat is even balen. Een dag later kunnen we dan toch uitvaren voor een tocht naar de spermwhales. In Nieuw-Zeeland valt mijn mond regelmatig open van verbazing, ook nu weer. Wat een ervaring is het om zulke beesten te zien. Het is niet te beschrijven wat voor gevoel het geeft om die grote zoogdieren te zien dobberen en vervolgens te zien duiken naar een kilometer diepte waar ze dan drie kwartier gaan eten. Het was helemaal top. Een mooie plek om even tot rust te komen alvorens weer door te rijden is de look-out over Kaikoura en omgeving. Kaikoura is namelijk een schiereiland en is prachtig gelegen aan de voet van een bergketen waarvan de toppen praktisch altijd bedekt zijn met sneeuw. De zee is helderblauw en de omgeving is rijk aan flora en fauna. Een plek waar je je zeker thuisvoelt.

Nelson
Vanuit Kaikoura rijden we weer terug over dezelfde weg waarover we zijn gekomen. We willen namelijk absoluut het noorden van het Zuidereiland nog zien, waaronder Nelson, een leuk en typisch Engels stadje om in rond te slenteren, aan de Tasman baai. Ergens midden in het stadje ligt op een heuvel de kathedraal van Nelson. Naar verluid spreken de inwoners van Nelson liever over de mooie tuin rond de kathedraal in plaats van over de kathedraal. De kathedraal blinkt ook niet uit in schoonheid. Opvallend detail is bijvoorbeeld dat een gedeelte van de kathedraal van marmer is gemaakt en dat wegens geldgebrek de rest maar met beton is afgemaakt. Wanneer je richting de kunstenaarswijk loopt kom je op de Trafalgar Square de beroemde juwelier Jens Hansen tegen. Voor de Lord of the Ringfans een walhalla. De vader van de huidige juwelier heeft namelijk de originele ring uit de film ontworpen. Je kunt hier dan ook een ‘originele’ kopie kopen van de ring. Verder is de South St Precinct een leuk straatje om te bekijken. Hier wonen kunstenaars en de straat straalt pure rust uit. Erg leuk, en je vindt er van die fantastische huisjes met mooie veranda’s zoals je die zoveel ziet in Nieuw-Zeeland. Wanneer je de woningen in ons landje gewend bent, dan kun je alleen maar likkebaardend kijken naar dit soort woningen.

Abel Tasman National Park
Na Nelson komen we in Motueka terecht. We willen namelijk het Abel Tasman National Park gaan bekijken en een springplank voor dit park is het stadje Motueka. Ons beeld van het stadje is flink gekleurd door de ietwat negatieve beschrijving van Dolf de Vries in zijn boek ‘Nieuw-Zeeland in een rugzak’. En we moeten zeggen, het stadje Motueka valt alleszins mee. Maar goed, we komen niet voor Motueka, maar voor het Abel Tasman National Park. Ook dit park is weer zo’n must-have-seen. Dit park is van een onbeschrijfelijke schoonheid. Nu moet ik eerlijkheidshalve wel zeggen dat we topweer hadden. Lekker warm en een strakblauwe hemel. Het kan niet beter. Je kunt het park op diverse manieren verkennen; te voet kun je bijvoorbeeld geheel of gedeeltelijk de coastal track wandelen, maar je kunt ook lekker gaan kanoën of jezelf laten afzetten door een van de vele watertaxi’s of shuttles die er om de gunst van de toerist concurreren in dat gebied. Wij trekken voor het Abel Tasman National Park een dag uit en besluiten een gedeelte van de coastal track te lopen. Om toch de hele kustlijn te zien, laten we ons eerst rondvaren door de seashuttle van Kaiteriteri naar Totaranui en weer terug. Je ziet dan onder meer de mooie Split Apple Rock; een vermoedelijk door bliksem gespleten ronde steen in de zee. Verder kom je onderweg nog een sealcolony tegen en word je weer overladen met beeldschone natuur. In Bark Bay worden we aan land gezet door de schipper van de shuttle. We spreken met de schipper af dat we het stuk gaan lopen naar Torrent Bay. Daar pikt hij ons later in de middag weer op. Het blijkt een fantastische track om te wandelen. Voor ons niet-wandelaars is de 2,5 uur durende track net lang genoeg en geeft het een goed idee van hoe het park eruit ziet, aan de kust althans.

Pupu Springs
In boekjes wordt er regelmatig gerept over de schoonheid van de Pupu Springs, ten noordwesten van het Abel Tasman National Park. Of de Waikoropupu Springs wanneer je het bij de volledige naam wilt noemen. Dat moeten wij ook gaan zien. De rit, met weer een behoorlijk stijgingspercentage voert door een mooi landschap, zeg maar het achterland van het Abel Tasman National Park. Nadat de motor van ons campertje weer flink zijn werk heeft gedaan, komen we aan in Pohara. De volgende dag bezoeken we dan de Pupu Springs. En ja, die vallen me eigenlijk een beetje tegen. Of misschien is het wel de teleurstelling dat ik ze niet mooi op de foto kan krijgen. Maar ik heb het allemaal mooier voorgesteld dan ik het aantrof. Dat is weer de keerzijde van het goed voorbereiden van de vakantie. Je kunt je iets te mooi voorstellen. Het is in ieder geval, als ik me niet vergis, een zoetwaterbron die een constante stroom water (14000 liter) omhoog pompt met een constante temperatuur van rond de 12 °C. Dit heeft tot gevolg gehad dat er rond de Pupu Springs een van ‘s werelds grootste zoetwaterkoralen heeft kunnen ontstaan. Tevens is het water kraakhelder en intens blauw van kleur. Wanneer je nog meer gaat zien in de Golden Bay dan moet je de Pupu Springs zeker niet overslaan, maar om er nou, zoals als wij hebben gedaan, ruim 200 kilometer voor om te rijden, nee, dat adviseer ik niet.

Datum artikel: 13-09-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Een reactie toevoegen over Dromen komen uit in Nieuw-Zeeland

ATP vakanties