vakantie informatie

Curaçao heeft weinig aan ons verdiend

Om half twee dalen we boven Curacao. Vanuit de lucht is het een uiterst vlak en kleurloos eiland. De enkele landingsstrip ligt pal naast zee, zo’n vijftien kilometer van de hoofdstad Willemstad verwijderd. De luchthaven heeft een aankomsthal zonder airco, zodat we al gauw lopen te baden in het zweet. Het is naar ons begrip bloedheet. Op ons gemak bereiken we het water van de Sint Annabaai. Hier leggen enorme cruiseschepen aan, vol gegoede Noord-Amerikanen die op jacht zijn naar taxfree koopjes.

Macomba’s
In de binnenstad liggen dan ook veel chique winkels met exclusieve, dure merken. We lopen rond het Fort Amsterdam en de kaden. Vanaf de houten Wilhelminabrug, een ouderwetse bootbrug, kun je in de verte de 60 meter hoge Beatrixbrug zien liggen. We eten friet met mayonaise en een schnitzel op een duur terras nabij hotel Van der Valk, waar we even nieuwsgierig naar binnen zijn gewandeld. Het wemelt er van de Hollanders. Als we tegen het vallen van de avond teruglopen is het veel levendiger op straat. Vooral veel jonge sexy geklede vrouwen komen ons tegemoet, waarschijnlijk op weg naar de casino’s om een graantje van de rijke Macomba’s (dat is de bijnaam voor de blanken in deze contreien) mee te pikken. Onderweg ontdekken we vlakbij het hotel een straatwinkel waar we drank kunnen inslaan. Elke dag gaat Clim daar zijn voorraadje ophalen. Drank en eten zijn relatief duur op dit eiland, dat naast de olieraffinaderijen en toerisme eigenlijk geen echt middel van bestaan heeft.

Museum
Het Curacao’s museum ligt aan de westkant van Willemstad, iets buiten de volkswoonwijken. We gaan er te voet naar toe. Het is lekker weer, zo’n 30 tot 32 graden weliswaar, maar er waait constant een zeebriesje, waardoor de temperatuur dragelijk blijft. Onderweg krijgen we een indruk van het rustige leven van alledag op dit relaxte eiland. Een voormalig koloniaal gebouw doet dienst als museum. Het ziet er allemaal niet echt slecht uit, maar het is ook niet bepaald adembenemend. Het museum bezit antieke meubels, schilderijen, gebruiksvoorwerpen en snuisterijen uit de tijd van West-Indische Compagnie. In de kelder liggen archeologische vondsten van oude pre­-Columbiaanse Indianenculturen tentoongesteld. In de tuin is een speciaal paviljoen opgericht om de Snip te bergen, althans het voorste gedeelte ervan. De Snip was het eerste vliegtuig dat er in jaren dertig van deze eeuw in slaagde vanuit Nederland via Afrika het eiland Curacao te bereiken.

Keppeltjes en kangoeroetasjes
Een fikse wandeling brengt ons naar de overkant van het water, waar we de Fortkerk bezoeken. Deze wordt speciaal voor ons geopend. De protestantse kerk bevalt ons wel met die fraaie lichtinval, de geboende vloeren en banken en het schitterende orgel. Ernaast ligt nog een museum met allerlei manuscripten en siervoorwerpen van oud-kolonialen. Een interessanter museumpje bevindt zich bij de synagoge van Nikve Israël. Clim voert een lang gesprek met een Joodse vrouw over haar geloof. De synagoge is indrukwekkend en doet bijzonder authentiek aan, hoewel er niet meer veel Joden op het eiland wonen. We moeten allebei een keppeltje op onze blote schedel dragen uit respect voor Jahweh. Ook hier staat weer een magnifiek orgel. Af en toe komt er nog wel eens een toerist binnenvallen. Rondom de synagoge in de wijk Punda liggen nog meer oude gebouwen, onder andere het Postkantoor. Voor we teruggaan eten we op een winderige hoek nog een sandwich, terwijl we naar de dikke konten kijken van de voortdurend voorbijtrekkende vrouwen. De toeristen die we ontmoeten zijn zonder uitzondering karikaturen met verbrande armen, melkwitte blote benen, flitsende zonnebrillen en bungelende fototoestellen boven hun onafscheidelijke kangoeroetasjes om hun bollende buiken.

Landhuis Brievengat
Na een ontbijt van eieren met spek nemen we om tien uur de bus naar het oostelijke deel van het eiland. Landhuis Brievengat ligt midden in de ‘cunuc’ ofwel knoek. Dit is onbebouwd land, dat enkel begroeid wordt door cactussen en lage doornstruiken. Langs de wegen kun je goed zien dat de eilandbewoners niet om milieu talen. Overal ligt de grond bezaaid met lege blikjes en flesjes. Echt aantrekkelijk is de knoek niet, want met al dat afval oogt het meer als een vuilnishoop.
Landhuis Brievengat heeft, op een enkele mooie authentieke woonkamer na, eigenlijk niet veel te bieden. In de weekenden worden er feesten en kunstzinnige activiteiten gehouden. Er is dus uiteraard een bar, en wel op de veranda. Kinderen van het personeel liggen her en der in de schaduw te pitten. Binnen een uur zijn we er uitgekeken en lopen we terug naar de hoofdstraat om met een klein busje naar de ‘metropool’ Willemstad terug te keren. Bij de overdekte markt ligt het busstation, waar we op een busje naar het Sea Aquarium wachten.

Zwemmen met haaien
Het Sea Aquarium ligt ongeveer tien kilometer buiten de stad. We blijven er twee uurtjes rondhangen, onder andere om te zien hoe de zandhaaien worden gevoerd. Verder zien we in de aquaria nog langoesten, alen, murenen, pijlstaartroggen en vele andere kleurige soorten rifvissen. In een onderzeeër kunnen we genieten van de capriolen van duikers tussen de scholen vis. Tenslotte zien we ook nog zeeschildpadden en zeehonden. Spectaculair is het project “Animal Encounters”. Dat is een ontmoeting met de zeedieren in een groot zeemeer. Daar krijg je de gelegenheid om de onderwaterbewoners van zeer nabij te bekijken. In een gedeelte van dat zeemeer zwemmen zelfs citroenhaaien, verpleegsterhaaien en een enkele rithaai. Ze zitten veilig achter een hekwerk met vijf plexiglas ramen (voorzien van voedergaten) zodat duikers en snorkelaars deze gevaarlijke beesten van zeer dichtbij kunnen fotograferen.

Pootje baden
Het Christoffelpark, met de gelijknamige berg als hoogste punt van het eiland (375 meter), bestaat uit de voormalige plantages Savonet, Zorgvliet en Zevenbergen. De top is niet bereikbaar per auto, wel liggen er in het park drie autoroutes. Tijdens de wandelingen krijg je een indruk van het oude plantagesysteem met zijn irrigatiestelsel met een veelheid aan putten, dammen, regen- en waterbakken en de invloed van die activiteiten op de natuur. Op Curacao is nauwelijks grondwater, vandaar dat men de sporadische passaatregens zo veel mogelijk tracht op te vangen en te bewaren. Na een tijdje bereiken we eindelijk een andere baai, Lagun geheten. Gelukkig is daar bij een duikcentrum ook gelegenheid om wat te drinken. In een loods achter ons terrasje zit een groep vakantievierende jongeren luidruchtige spelletjes te doen. Op dit strandje is meer vertier, maar het eerste verlaten strandje waar we net vandaan komen was eigenlijk veel mooier. Daar werd zelfs Clim verleid om pootje te gaan baden in het kristalheldere water…

Waaigat
Nadat we de laatste morgen voor ons vertrek onze ingepakte tassen bij de receptie in bewaring hebben gegeven, steken we met het pontje de Annabaai over. De hele dag slenteren we op ons gemak door de stad en verkennen vooral het zuidelijke en oostelijke deel. Aan de Scharlooweg liggen tal van opgekalefaterde gebouwen, de een nog fraaier dan de ander. We bezoeken nog even de drijvende markt die aan het begin van het Waaigat ligt, maar daar is niets van onze gading te vinden. We komen langs een kerkhof met fraaie graven, helaas is het dicht. We drinken iets (cola en bier) in een bouwvallige hut aan zee, in een ongure buurt waar Clim enkele dagen eerder al is geweest. De katten spelen er onder de keukenstoel waarop ik zit. In een westerse, dure tent lunchen we met dik belegde broodjes.Het is opvallend dat er, ondanks de hoge werkloosheidscijfers onder de lokale bevolking, zoveel Nederlanders op dit eiland werken.

Zuinige Nederlanders
Op de luchthaven is het propvol Nederlandse toeristen die, zo te horen, allen zeer tevreden zijn over hun vakantie. Wij kunnen ons dit niet voorstellen. Het is leuk om het een keer gezien te hebben, maar daar moet het dan ook bij blijven. Trouwens, ons soort toeristen kunnen ze hier missen als kiespijn, We geven veel te weinig dollars uit, we slapen in goedkope hotels, halen onze biertjes bij de kiosk of supermarkt en mijden casino’s en fancy discotenten als de pest. Verder gaan we niet naar de hoeren en slaan we niet massaal aan het zogenaamd taxfree inkopen. Ook snorkelen, diepzeeduiken, jeepsafari’s, kanotochten of gewoon bruin bakken op het strand zijn aan ons niet besteed. Zo blijft er voor ons alleen nog maar folklore en cultuur over en juist wat dat betreft is Curacao niet zo rijk bedeeld. Nee, aan ons heeft Curacao niet veel verdiend.

Datum artikel: 14-05-2008 Reisverhalen



Zie ook:

Eén reactie op Curaçao heeft weinig aan ons verdiend

  1. Obi83
    20-05-2010 17:46
    1

    Wat een negativiteit zeg! Heerlijk eiland, en zoals beschreven veel te doen voor mensen die echt willen genieten van een vakantie. Sexy dames die wat mee willen pikken van de rijke macamba’s???? Don’t flatter yourself! Het is geen Thailand ofzo. Ik ruik vooroordelen.

    Curacao niet zo rijk bedeeld aan cultuur en folkore? Als Curacao ergens wel rijk aan is is dat het wel. Graag even verdiepen in de geschiedenis meneer.

    En idd toeristen zoals u kunnen wij en denk ook elk ander (ei)land zeker missen. Blijf lekker in Volendam zou ik zeggen!!

Een reactie toevoegen over Curaçao heeft weinig aan ons verdiend

ATP vakanties